Nieuws

Straatparkeren: naheffing van omzetbelasting

Geplaatst: 21 november 2016
Kenmerk: 2016.01365

Straatparkeren: naheffing van omzetbelasting

In het nieuwsbericht van 4 november 2016 hebben wij u geïnformeerd over de uitspraak van Rechtbank Gelderland waarin de rechtbank oordeelt dat de gemeente Arnhem ter zake van het straatparkeren handelt als btw-ondernemer. De gemeente moet volgens Rechtbank Gelderland aan een automobilist een factuur met btw uitreiken ter zake van het straatparkeren. Handelen als btw-ondernemer heeft tot gevolg dat de gemeente over de opbrengst van het straatparkeren btw moet voldoen. Maar zover is het nog niet! Eerder oordeelde het Gerechtshof Arnhem/Leeuwarden namelijk dat de gemeente Groningen met betrekking tot het straatparkeren handelt als overheid. De automobilist heeft tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem/Leeuwarden beroep in cassatie ingesteld. Zoals wij hebben begrepen neemt de Hoge Raad niet direct een beslissing maar volgt eerst een conclusie van de advocaat-generaal.

Prejudiciële vragen Hof van Justitie

Het lijkt aannemelijk dat de Hoge Raad prejudiciële vragen stelt aan het Hof van Justitie. De btw betreft Europese btw-regelgeving en een oordeel van de Hoge Raad inzake straatparkeren en btw kan ook fiscale gevolgen hebben voor andere lidstaten en de verschuldigdheid van vennootschapsbelasting. Eerder stelde de Hoge Raad prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie met betrekking tot de btw-aspecten van het leerlingenvervoer. Kortom, de procedure kan nog jaren duren.    

Naheffen van btw

Bij een aantal gemeenten bestaat de indruk dat de Belastingdienst btw kan naheffen als de automobilist de procedure uiteindelijk wint en de Hoge Raad oordeelt dat de gemeente ter zake van het straatparkeren als btw-ondernemer handelt. Dit is niet het geval!

Opgewekt vertrouwen

In zijn Besluit van 25 januari 2012, nr. BLKB 2012/175M 'Omzetbelasting en compensatie van omzetbelasting bij publiekrechtelijke lichamen’ neemt de Staatssecretaris van Financiën uitdrukkelijk het standpunt in dat een gemeente ter zake van het straatparkeren als overheid handelt. De Staatssecretaris van Financiën merkt in het voormelde Besluit op: " De jurisprudentie verschaft bepaalde aanknopingspunten voor de betekenis van de zinsnede "specifiek juridisch regime voor publiekrechtelijke lichamen". van een specifiek juridisch regime voor publiekrechtelijke lichamen is sprake als: “een publiekrechtelijk lichaam bij de uitoefening van werkzaamheden gebruik maakt van zogenoemde overheidsprerogatieven. De term “overheidsprerogatieven" heeft betrekking op voorrechten of bevoegdheden, die uitsluitend door een overheidslichaam mogen worden gebruikt of uitgeoefend. In het Porto-arrest bestonden de overheidsprerogatieven uit het door het gemeentebestuur van Porto tegen vergoeding toestaan van het parkeren van voertuigen op een openbare weg of het beperken daarvan. Ook legde de gemeente Porto boetes op bij overschrijding van de toegestane parkeertijd. Een voorbeeld waarbij gebruik wordt gemaakt van overheidsprerogatieven is het organiseren van markten op de openbare weg door gemeenten”. 

Samenvattend

Aan Besluit van 25 januari 2012, nr. BLKB 2012/175M kunnen gemeenten een in rechte te beschermen vertrouwen ontlenen. Zolang het Besluit van 25 januari 2012, nr. BLKB 2012/175M geldt is geen btw verschuldigd ter zake van het straatparkeren en kan geen btw bij de gemeente worden nageheven. Wordt het Besluit ingetrokken dan kan ter zake van het tijdvak dat het Besluit heeft gegolden op grond van het vertrouwensbeginsel geen btw worden nageheven. Het vorenstaande geldt volgens Taxnavigator ook voor de vennootschapsbelasting.  

Dit artikel is opgesteld door de heer mr. dr. J.J.P. Swinkels die werkzaam is als concernfiscalist bij de gemeente Utrecht. Het artikel is op persoonlijke titel geschreven.