Nieuws

IB: VpB: normaal vermogensbeheer: transformatie postkantoor

Geplaatst: 09 mei 2020
Kenmerk: 2020.26556

IB: VpB: normaal vermogensbeheer: transformatie postkantoor

In zijn uitspraak van 9 april 2020, nr. 19/00417. bevestigt het Gerechtshof 's-Hertogenbosch de uitspraak van Rechtbank-Zeeland-West-Brabant van Rechtbank Zeeland-West-Brabant d.d. 4 juli 2019, nr. AWB 17/876 dat de transformatie van een oud postkantoor in de gegeven casus geen normaal vermogensbeheer betreft en dat het financieel voordeel is belast als resultaat uit overige werkzaamheid. Het financieel voordeel betreft niet een zogenoemd BOX III voordeel.

1. Feiten en geschil

De heer X is een vastgoedondernemer. In 2004 koopt de heer X in privé een oud postkantoor. In 2005 gaat de heer X met de gemeente in gesprek over de herontwikkeling c.q. transformatie van het gebouw. In 2009 wordt een vergunning verstrekt voor de herontwikkeling van het gebouw. In het gebouw wordt een winkelfunctie, hotel, sportschool en een fietsenstalling gehuisvest. De heer X realiseert in een financieel voordeel. De Belastingdienst wil het financieel voordeel belasten als het resultaat uit overige werkzaamheden. De heer X neemt het standpunt in dat het financieel voordeel uit box III betreft.

2. Uitspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant

De herontwikkeling van het pand van belanghebbende is een werkzaamheid. De werkzaamheden aan het pand hielden meer in dan normaal vermogensbeheer. Door de werkzaamheden is het pand in een betere marktpositie gebracht. Belanghebbende beoogde voordeel te behalen en kon ook redelijkerwijs voordeel verwachten.

De arbeid van de heer X is beperkt gebleven tot het deelnemen aan een aantal vergaderingen/besprekingen. Rechtbank Zeeland-West-Brabant acht het aannemelijk dat de heer X bij de transitie betrokken is geweest door middel van inzet van zijn kennis, ervaring en contacten/netwerk op het terrein vastgoed en projectontwikkeling. De rechtbank is verder van oordeel dat de werkzaamheden meer inhielden dan normaal vermogensbeheer. Gezien de bestemmingswijziging die met de transitie gepaard ging, de aard van de verbouwing die zeer ingrijpend was, de uitbreiding die aan het pand is gedaan en de kwalitatieve werkzaamheden die zijn verricht door de heer X gaan in dit geval de transitiewerkzaamheden normaal vermogensbeheer te boven. De transitie moet worden gezien als een herontwikkeling van het pand en niet slechts – zoals belanghebbende stelt – als een modernisering van het pand om zijn waarde te kunnen behouden, gelet op de wijziging die het pand heeft ondergaan wat betreft uitstraling, grootte en gebruiksmogelijkheden. Het pand is in een betere marktpositie gebracht.

In een geval als hier waarin sprake is van een belanghebbende die een omvangrijke vastgoedportefeuille heeft en via vennootschappen ook aan projectontwikkeling doet, en waarin een ingrijpende transitie plaatsvindt, kan als uitgangspunt worden aangenomen dat met de transitiewerkzaamheden voordeel wordt beoogd, te weten hier: meerwaarde creëren in de vorm van een waardestijging van het pand. De rechtbank acht aannemelijk dat gezien ervaring, kennis en netwerk van belanghebbende (en [Persoon A] ), de gedateerdheid van het pand vóór de transitie (ook wat betreft indeling en daarmee de beperkingen in gebruiks-/verhuurmogelijkheden), en de locatie van het pand (ook door belanghebbende bestempeld als een A-locatie in het centrum van [Plaats X] ), voordeel redelijkerwijs kon worden verwacht door de transitiewerkzaamheden, in de zin dat het pand door de herontwikkeling meer in waarde zou stijgen dan de kosten zouden bedragen.

Voor raadplegen uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant d.d. 4 juli 2019, nr. AWB 17/876. Klik hier

3. Uitspraak Gerechtshof ’s-Hertogenbosch

De herontwikkeling van een pand wordt aangemerkt als een werkzaamheid, aangezien de werkzaamheden van belanghebbende meer inhielden dan normaal vermogensbeheer. Door de werkzaamheden is het pand in een betere marktpositie gebracht. Belanghebbende beoogde naar objectieve maatstaven voordeel te behalen en kon dat voordeel ook redelijkerwijs verwachten.

Voor raadplegen uitspraak van Gerechtshof 's-Hertogenbosch d.d. 9 april 2020, nr. 19/00417. Klik hier

4. Gemeentelijke praktijk / commentaar Taxnavigator

In artikel 3.90 van de Wet IB 2001 wordt het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden gedefinieerd als het gezamenlijke bedrag van het resultaat uit een of meer werkzaamheden die geen belastbare winst of belastbaar loon genereren verminderd met de terbeschikkingstellingsvrijstelling. Op grond van artikel 3.91, eerste lid, onder c, van de Wet IB 2001 wordt onder een werkzaamheid wordt mede verstaan: “het rendabel maken van vermogen op een wijze die normaal, actiefvermogensbeheer te buiten gaat, zoals bij het uitponden van onroerende zaken, het in belangrijke mate door de belastingplichtige zelf verrichten van grootonderhoud of andere aanpassingen aan een zaak, of het aanwenden door de belastingplichtige van voorkennis of daarmee vergelijkbare bijzondere vormen van kennis.”

Een voordeel uit een werkzaamheid kan alleen als resultaat uit overige werkzaamheden worden belast, indien er sprake is van het verrichten van arbeid in het economische verkeer, waarbij voordeel wordt beoogd en welk voordeel redelijkerwijs kan worden verwacht. Deze voorwaarden dienen in onderlinge samenhang te worden beoordeeld. De rechtbank stelt voorop dat op de inspecteur de last rust om feiten en omstandigheden aan te voeren - en bij betwisting daarvan door belanghebbende aannemelijk te maken - dat sprake is van een werkzaamheid.

Taxtronic 2020.05.09.003

Dit bericht is opgesteld door de redactie van Taxnavigator/eindredactie mr. dr. J.J.P.(Joep) Swinkels. Voor meer informatie: info@taxnavigator.nl. © Copyright Taxnavigator/Nestor Business Media BV/Nestor Media Groep. Ter zake van onze fiscale dienstverlening en berichtgeving gelden algemene voorwaarden en hetgeen wordt vermeld in de colofon.