Nieuws

Wijziging WMO: abonnementstarief: aandachtspunt gemeentelijk WMO-vervoer

Geplaatst: 05 oktober 2019
Kenmerk: 2019.21774

Wijziging WMO: abonnementstarief: aandachtspunt gemeentelijk WMO-vervoer

De Wet WMO 2015 is gewijzigd door het wetsvoorstel ‘Wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 inzake de bijdrage voor maatschappelijke ondersteuning en de beoordeling voor de verstrekking van de maatwerkvoorziening’, nr. 35.093. De wijziging betreft de invoering van een zogenoemd abonnementstarief. De toepassing van het WMO-abonnemententarief kan tot gevolg hebben dat de gemeente ter zake van het WMO-vervoer niet meer als btw-ondernemer handelen. De gemeente hoeft over de vervoersvergoeding c.q. de eigen bijdrage geen 9% btw te voldoen maar de gemeente heeft ook geen recht op teruggaaf van btw.

Gemeenten kunnen ook na 2019 ter zake van het WMO-vervoer blijven handelen als btw-ondernemer. Gemeenten moeten ter zake van de vervoersdienst 9% btw voldoen en hebben recht op aftrek c.q. teruggaaf van btw op de kosten. Het WMO-vervoer mag dan niet onder zogenoemde abonnemententarief vallen. In de gemeentelijke WMO-verordening moet duidelijk zijn bepaald dat voor vervoer een eigen bijdrage moet worden betaald. De gemeente moet in de WMO verordening duidelijk vastleggen hoe de eigen bijdrage wordt berekend. (artikel 2.1.4, eerste lid, Wmo 2015). De omvang van de eigen bijdrage moet per kilometer / vervoerszone worden bepaald

1. Huidige wet en regelgeving

  • In zijn arrest van 25 november 2005, nr. 38.377, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een gemeente voor het vervoer van gehandicapten handelt als btw-ondernemer. Hierbij geldt wel als voorwaarde dat de gehandicapten aan de gemeente een meer dan symbolische vergoeding c.q. eigen bijdrage betalen. Voorts moet contractueel zijn overeengekomen dat een vervoersdienst aan de gehandicapten wordt verleend. De btw op de kosten van de vervoersdienst kan dan worden teruggevraagd c.q. worden verrekend op de btw-aangifte. Over de eigen bijdrage die de gemeente van de gehandicapten ontvangt moet de gemeente 9% btw voldoen aan de Belastingdienst.
  • Het Gerechtshof Den Bosch oordeelt in zijn uitspraak van 11 juni 2009, nr. 2008/00291, dat een gemeente ter zake van het zogenoemde gehandicaptenvervoer handelt als btw-ondernemer. De Staatssecretaris van Financiën geeft in een toelichting van 22 juli 2009 nr. DGB 2009-3771, aan dat hij zich kan vinden in de uitspraak.
  • In zijn uitspraak van 8 april 2014, nr. AWB 13/7815 en de uitspraak van 8 april 2014, nr. AWB 13/7818 oordeelt Rechtbank Den Haag dat de gemeente handelt als btw-ondernemer terzake van het verzorgen van gehandicaptenvervoer. De voor het vervoer betaalde vergoeding houdt rechtstreeks verband met het aantal gereden zones. Aldus bestaat een rechtstreeks verband tussen de vervoersprestatie en de betaalde vergoeding. Dat de betaalde vergoeding niet kostendekkend is heeft niet tot gevolg dat de vergoeding een symbolisch karakter heeft. De omzetbelasting wil het consumptieve verbruik belasten en grijpt daarom aan bij de daadwerkelijk betaalde vergoeding. Van gratis vervoer is geen sprake.
  • In zijn arrest van 23 juni 2017, nr. 13/02651 geeft de Hoge Raad aan het arrest van het Hof van Justitie van 12 mei 2016 in zaak C-520/14 (Gemeente Borsele) een beperkte werking.

Op basis van de bovenstaande jurisprudentie wordt aangenomen dat gemeenten ter zake van het WMO-vervoer onder voorwaarden handelen als btw-ondernemer. De gemeente voldoet 9% btw over de vergoeding voor het vervoer c.q. de eigen bijdrage van de persoon of personen die worden vervoerd.

2. Wetswijziging

Met de wetswijziging wordt een zogenoemd abonnementstarief ingevoerd. Collectief vervoer valt in beginsel onder abonnementstarief. Dat betekent dat de Belastingdienst het standpunt kan innemen dat geen recht op aftrek van btw op de kosten bestaat.

De wijziging heeft gevolgen voor het recht op aftrek van btw van gemeenten inzake het WMO-vervoer. De Belastingdienst kan het standpunt innemen dat het zogenoemde abonnementstarief geen vergoeding voor een vervoersprestatie betreft.

3. BTW-ondernemerschap WMO-vervoer na 2019

De parlementaire stukken vermelden:

  • Met de invoering van een abonnementstarief wordt de stapeling bovenop de zorgkosten van het eigen risico beperkt. In het regeerakkoord staat: “Om deze stapeling van eigen betalingen tegen te gaan, komt er een abonnementstarief van € 17,50 per bijdrageperiode (vier weken) voor huishoudens die gebruikmaken van de Wmo-voorzieningen. Het abonnementstarief reduceert tevens uitvoeringskosten en regeldruk en zorgt voor meer eenvoud voor de cliënt. Gekozen is voor het omrekenen van het bedrag van € 17,50 per bijdrageperiode van 4 weken tot een maandbedrag van € 19”.
  • “Bij algemene maatregel van bestuur kunnen maatwerkvoorzieningen uitgezonderd worden van het abonnementstarief. Collectief vervoer wordt via deze weg uitgezonderd van het abonnementstarief. Cliënten maken vaak incidenteel gebruik van personenvervoer, bijvoorbeeld één keer per twee maanden. Hierbij is het passend om een bijdrage per rit te vragen, zoals nu vaak het geval is. Vanuit cliëntperspectief is het onwenselijk om personenvervoer onder het abonnementstarief te brengen, omdat mensen dan een vaste bijdrage van € 19 per maand moeten betalen. In sommige gemeenten is het personenvervoer vormgegeven als een maatwerkvoorziening, welke automatisch onder het abonnementstarief komt te vallen indien er geen uitzondering wordt gemaakt. Om de uitvoering die goed werkt voor zowel cliënt, gemeente als aanbieder te ontlasten, is de mogelijkheid gecreëerd om personenvervoer bij algemene maatregel van bestuur uit te zonderen van het abonnementstarief. Zo wordt voorkomen dat gemeenten alle maatwerkvoorzieningen vervoer in een algemene voorziening moeten omvormen om een bijdrage per rit te kunnen vragen”.
  • Gemeenten hebben gevraagd het (vraaggestuurde) personenvervoer buiten het abonnementstarief te houden. Met dit wetsvoorstel wordt voorgesteld om dit mogelijk te maken door een grondslag te creëren om bij algemene maatregel van bestuur voorzieningen uit te zonderen van het abonnementstarief, omdat dit meer mogelijkheden biedt om in te springen op ontwikkelingen en om het type voorziening nader te omschrijven. Hierbij is de inbreng van gemeenten leidend. In dit geval is de uitzondering in lijn met de beleidsdoelstellingen van het abonnementstarief omdat het gaat om lage ritprijzen op afroep. Het abonnementstarief is dan mogelijk hoger dan het afgenomen vervoer en het bijhouden van ritten in het kader van het abonnementstarief is ondoelmatig.

4. Fiscale aspecten

Gemeenten kunnen ook na 2019 ter zake van het WMO-vervoer blijven handelen als btw-ondernemer. Gemeenten moeten ter zake van de vervoersdienst 9% btw voldoen en hebben recht op aftrek c.q. teruggaaf van btw op de kosten. Het WMO-vervoer mag dan niet onder zogenoemde abonnemententarief vallen. In de gemeentelijke WMO-verordening moet duidelijk zijn bepaald dat voor vervoer een eigen bijdrage moet worden betaald. De gemeente moet in de WMO verordening duidelijk vastleggen hoe de eigen bijdrage wordt berekend. (artikel 2.1.4, eerste lid, Wmo 2015). De omvang van de eigen bijdrage moet per kilometer / vervoerszone worden bepaald.

5. Documenten en publicaties

  • Memorie van Toelichting wetsvoorstel ‘Wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 inzake de bijdrage voor maatschappelijke ondersteuning en de beoordeling voor de verstrekking van de maatwerkvoorziening’, nr. 35.093. Klik hier
  • Ledenbrief VNG 'Implementatie abonnementstarief Wmo. Klik hier

Dit bericht is opgesteld door de redactie van Taxnavigator/eindredactie mr. dr. J.J.P.(Joep) Swinkels. Voor meer informatie: info@taxnavigator.nl. © Copyright Taxnavigator/Nestor Business Media BV/Nestor Media Groep. Ter zake van onze fiscale dienstverlening en berichtgeving gelden algemene voorwaarden en hetgeen wordt vermeld in de colofon.