Nieuws

Veelgestelde vragen rechtspositie politieke ambtsdragers

Geplaatst: 22 februari 2019
Kenmerk: 2019.05193

Veelgestelde vragen rechtspositie politieke ambtsdragers

Naar Rechtspositie politieke ambtsdragers

Op welke wijze dienen de VNG-modelverordening rechtspositie raads- en commissieleden en de modelregeling voor het college vastgesteld te worden?

De hoofdregel is dat de raad de bevoegdheid heeft om algemeen verbindende voorschriften (zoals een verordening) vast te stellen en bekend te maken, tenzij de wetgever bij wet aan een ander bestuursorgaan deze bevoegdheid heeft toegekend, zoals het college of de burgemeester.

Hieruit volgt dat de VNG-modelverordening rechtspositie raads- en commissieleden wordt vastgesteld door de raad op grond van de eerder genoemde hoofdregel (artikel 147 Gemeentewet). De VNG-modelcollegeregeling daarentegen wordt vastgesteld door het college omdat de wetgever voor sommige regelingen heeft bepaald dat deze worden vastgesteld door het college.

Wettelijke grondslag: artikel 147 Gemeentewet, VNG-modelverordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019, VNG-publicatie ideeën voor de gemeentelijke regelgever, editie 2018, nr. 41.

Geldt er een nieuwe regeling voor de verstrekking van informatie en communicatiemiddelen?

Per 1 januari 2019 geldt voor bestuurders en raads- en commissieleden dat zij recht hebben op ‘ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen’. Het gaat dan om ICT-middelen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het ambt inclusief de noodzakelijke abonnementen. Met noodzakelijke abonnementen wordt mobiele abonnementen zoals dongels en databundels bedoeld.  

Aan bestuurders en raadsleden die reeds op of uiterlijk op 31 december 2018 een vergoeding of tegemoetkoming is toegekend voor (eigen) ICT-middelen geldt overgangsrecht. Voor hen geldt gedeeltelijk de oude ICT-regeling op basis van de vervallen Rechtspositiebesluiten zoals die golden op 31 december 2018. Totdat de betreffende bestuurder of raadslid aftreedt of wordt herbenoemd kan er een tegemoetkoming of vergoeding worden verstrekt op basis van de oude regeling voor ICT-voorzieningen.

Zie ook deze aanvullende circulaire die door BZK is verstuurd aan gemeenten.

Wettelijke grondslag: artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

Hebben raadsleden ook recht op een reiskostenvergoeding voor reizen binnen de gemeente?

Ja, raadsleden hebben recht op de vergoeding van reiskosten voor het bijwonen van gemeenteraads- en commissievergaderingen. Tevens hebben zij recht op de vergoeding van reis- en verblijfkosten voor reizen binnen de gemeente die zijn gemaakt voor de uitoefening van het ambt.

Wanneer gebruik wordt gemaakt van het openbaar vervoer worden de kosten volledig vergoed. Als het raadslid de eigen auto gebruikt bedraagt de kilometervergoeding het maximaal onbelaste tarief van €0,19 / km en worden ook de eventuele kosten voor veer- en tolgelden vergoed.

Bij reis- en verblijfkosten binnen de gemeente gemaakt ter uitoefening van het ambt worden de volledige kosten vergoed als gebruik wordt gemaakt van het openbaar vervoer. Als het raadslid de eigen auto gebruikt bedraagt de kilometervergoeding het maximaal onbelaste tarief van €0,19 / km. De parkeer-, veer en tolkosten kunnen ook worden vergoed. Boetes en naheffing parkeerbelasting worden niet vergoed. Bij verblijfkosten gaat het om de redelijk en noodzakelijk gemaakte werkelijke kosten.

De vergoeding van reis- en verblijfskosten buiten de gemeente en in het kader van het ambt kunnen alleen worden vergoed als de raad bij verordening deze vergoeding regelt. De inhoud van deze vergoedingsregeling is hetzelfde als binnen de gemeente (zoals hierboven beschreven).

Kan er ook een vaste reiskostenvergoeding wordt verstrekt aan raads- en commissieleden?

Ja, het is fiscaal mogelijk om een vaste reiskostenvergoeding te verstrekken aan raads- en commissieleden. Voor een vaste reiskostenvergoeding woon-werk gelden de regels zoals neergelegd in het handboek loonheffingen 2019. Deze systematiek kan ook worden toegepast op raads- en commissieleden omdat de fiscus deze regeling ook openstelt voor mensen die minder dan vijf keer per week naar het werk reizen (zie paragraaf 21.1.2 van het Handboek Loonheffingen). Voor raadsleden kan bijvoorbeeld worden uitgegaan van één of twee dagen per week dat men op het gemeentehuis moet zijn voor (raads-/commissie)vergaderingen.

Bij het toepassen van een vaste reiskostenvergoeding voor raadsleden is er wel een onderscheid tussen raadsleden die voor het fictief werknemerschap (opting-in-regeling) hebben gekozen en zij die dat niet hebben gedaan. Voor raadsleden die niet hebben gekozen voor de opting-in-regeling via de gemeente gelden bij de aangifte inkomstenbelasting de bepalingen van het winstregime. De gemeente informeert de belastingdienst over de uitbetaalde bedragen aan deze raadsleden. Vervolgens is het aan de betrokken raadsleden zelf om in hun aangifte inkomstenbelasting de vergoedingen fiscaal te verantwoorden.

Voor kosten gemaakt voor dienstreizen zien wij geen andere vergoedingsmogelijkheid dan het indienen van declaraties. Alleen burgemeesters hebben de keuze tussen declareren of een vaste belaste vergoeding. Advies is om aansluiting te zoeken bij de declaratieregels voor ambtenaren. Net als bij ambtenaren kunnen de declaraties gebundeld worden aangeleverd om de administratieve afhandeling te vereenvoudigen, betrokkene dient uiteraard haar of zijn declaratie(s) te motiveren. Het raadslid moet op grond van de rechtspositionele regels aantonen dat de gedeclareerde reiskosten gemaakt zijn ten behoeve van het ambt, niet de gemeente. Belangrijk dus om een goed en helder (digitaal) declaratieformulier op te stellen.

Ik heb naast mijn raadsvergoeding ook nog een WW-uitkering. Wordt deze uitkering gekort?

Ja, raadsleden dienen hun inkomsten uit het raadslidmaatschap (met uitzondering van de onkostenvergoeding) op te geven bij het UWV.

Als er sprake is van 2 banen dan kijkt het UWV niet meer naar uren, maar naar het inkomen van de persoon  tijdens de WW. Als er een tweede baan (bijv. de raadsvergoeding uit het raadslidmaatschap) wordt aangehouden, dan mag in de eerste twee maanden 25% van het loon worden behouden, en vervolgens na twee maanden 30% van het loon. Dit wordt niet verrekend. Daarboven is er wel sprake van verrekening, tenzij het om een specifieke uitkering gaat die UWV niet in de verrekening meeneemt (zoals bij een transitievergoeding etc). Het UWV berekent de verrekening als volgt met deze formule:

Bruto WW-uitkering is 0,7 (of 0,75) x (A – B x C/D), waarbij A = dagloon WW x 21,75 B = inkomen per maand tijdens WW C = max. dagloon D = eigen dagloon

Meer informatie grondslag zie: uwv.nl

Bouw ik als raadslid een pensioen(voorziening) op?

De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat alle raadsleden een bedrag krijgen ter hoogte van één bruto raadsvergoeding over een maand voor het treffen van voorzieningen rondom arbeidsongeschiktheid, ouderdom en/of overlijden. Dit dient het raadslid zelf te regelen.

NB: Gemeenten die op basis van het oude rechtspositiebesluit al een collectieve verzekering voor ouderdom, arbeidsongeschiktheid en overlijden hadden afgesloten voor hun raadsleden kunnen deze voorziening in stand houden. Deze gemeenten hoeven hun raadsleden niet het jaarlijkse bedrag van eenmaal de bruto raadsvergoeding per maand te verstrekken.

Wettelijke grondslag: artikel 3.1.9 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

Welke commissieleden hebben recht op een vergoeding op grond van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers?

Recht op de vergoeding hebben alleen de leden die ook daadwerkelijk benoemd zijn als lid van een commissie ex artikel 82,83 en 84 van de Gemeentewet. Belangrijk dus dat er sprake is van daadwerkelijke benoeming in een dergelijke commissie. Is dat niet aan de orde dan is er ook geen aanspraak op een vergoeding als genoemd in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Voor downloaden brondocument VNG 'Veel gestelde vragen rechtspositie politieke ambtsdragers': klik hier

Dit bericht is opgesteld door de redactie van Taxnavigator/eindredactie mr. dr. J.J.P.(Joep) Swinkels. Voor meer informatie: info@taxnavigator.nl © Copyright Taxnavigator/Nestor Business Media BV/Nestor Media Groep. Ter zake van onze fiscale dienstverlening en berichtgeving gelden algemene voorwaarden en hetgeen wordt vermeld in de colofon.