Nieuws

Inperking btw-koepelvrijstelling

Geplaatst: 07 april 2018
Kenmerk: 2018.03863

Inperking btw-koepelvrijstelling

In zijn brief van 29 maart 2018, nr. 0000044706, geeft de Staatssecretaris van Financiën aan dat de Nederlandse btw-koepelvrijstelling wordt beperkt. De dienstverlening van veel gemeenschappelijke regelingen wordt belast met btw. Gemeenten zullen meer btw gaan compenseren bij het BTW-compensatiefonds. Het plafond van het BTW-compensatiefonds wordt mogelijk overschreden. Actie is gewenst! 

1. De btw-koepelvrijstelling (theorie) 

De Nederlandse btw-regelgeving kent de zogenoemde btw-koepelvrijstelling c.q. de samenwerkingsvrijstelling. 

1.1. Dienstverlening vrijgesteld van btw

De btw-koepelvrijstelling is van toepassing als een aantal gemeenten besluiten te gaan samenwerken via bijvoorbeeld een gemeenschappelijke regeling. De GR c.q. de koepel gaat diensten verlenen aan de gemeenten. De dienstverlening van de GR kan onder voorwaarden zijn vrijgesteld van de heffing van btw op grond van de btw-koepelvrijstelling c.q. de btw-samenwerkingsvrijstelling. Ter zake gelden wel een aantal belangrijke voorwaarden. Wij noemen een aantal van de voorwaarden op. De dienstverlening van het samenwerkingsverband inzake het ter beschikking stellen van personeel, het verzorgen van ICT en het verzorgen van administratie kunnen niet onder de btw-koepelvrijstelling vallen. Die dienstverlening is altijd belast met btw vanwege mogelijke concurrentieverstoring. De gemeenten die dienstverlening van het samenwerkingsverband afnemen moeten de dienstverlening gebruiken voor overheidsprestaties of voor werkzaamheden die als btw-ondernemer worden verricht maar zijn vrijgesteld van heffing van btw. De GR c.q. de koepel mag slechts de daadwerkelijke kosten van de dienstverlening verhalen op de deelnemers en geen overschotten behalen. 

1.2. Transparantiemethode 

Omdat de dienstverlening is vrijgesteld van btw heeft de GR c.q. de koepel geen recht op teruggaaf van btw. De btw op de kosten is een kostenpost. Als de gemeenten de werkzaamheden zelf hadden verricht dan hadden de gemeenten de btw op de kosten mogelijk kunnen compenseren bij het BTW-compensatiefonds. Kortom, samenwerken loont niet (altijd). Om deze fiscale hindernis weg te nemen is de btw-transparantiemethode geïntroduceerd. De GR c.q. de koepel kan de btw op de kosten via de btw-transparantiemethode doorschuiven naar de gemeenten. De koepel mag de btw doorschuiven voor zover de gemeenten recht op compensatie van btw bij het BTW-compensatiefonds zouden hebben als zij de werkzaamheden zelf zouden hebben verricht. De gemeenten kunnen de doorgeschoven btw vervolgens compenseren bij het BTW-compensatiefonds.   

1.3. De btw-koepelvrijstelling (praktijk) 

Belastingsamenwerking. Drie gemeenten en een waterschap gaan via een gemeenschappelijke regeling samenwerken op het gebied van de inning van lokale belastingen. De GR gaat geen overschot behalen en de deelnemers betalen de kosten van de GR voor zover zij diensten van de GR afnemen. De dienstverlening van de GR aan de gemeenten en het waterschap is op grond van de btw-koepelvrijstelling vrijgesteld van de heffing van btw. De GR verleent van btw-heffing vrijgestelde diensten en kan daarom geen btw op de kosten op de btw-aangifte in aftrek nemen. De btw op de kosten vormt bij de GR een kostenpost. Als de gemeenten de inning van de lokale belastingen zelf hadden verzorgd, dan hadden de gemeenten de btw op de kosten kunnen compenseren bij het BTW-compensatiefonds. Samenwerken leidt tot extra kosten aan btw. De GR kan via de btw-transparantiemethode de btw op de kosten doorschuiven naar de gemeenten. De gemeenten kunnen de doorschuif-btw c.q. de doorgeschoven btw vervolgens compenseren bij het BTW-compensatiefonds. De GR kan geen btw doorschuiven naar het Waterschap. Het Waterschap heeft geen recht op compensatie van btw.  

2. Ontwikkeling btw-koepelvrijstelling

Op 4 mei 2017 en 21 september 2017 heeft het Hof van Justitie uitspraken gewezen over de reikwijdte van de btw-koepelvrijstelling. 

In zijn arrest van 4 mei 2017 in de zaak C-274/15 (Europese Commissie/Luxemburg) oordeelt het Hof van Justitie dat de btw-koepelvrijstelling niet geldt als de dienstverlening van de GR c.q. de koepel wordt gebruikt voor prestaties c.q. activiteiten van de leden die met btw zijn belast. 

In de arresten van 21 september 2017 in zaak C-605/15 (Aviva), zaak C-326/15 (DNB Banka) en zaak C-616/15 (Commissie-Duitsland) heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat de btw-koepelvrijstelling enkel betrekking heeft op samenwerkingsverbanden waarvan de leden bepaalde activiteiten van algemeen belang uitoefenen die zijn genoemd in artikel 132 van de btw-richtlijn. In artikel 132 van de btw-richtlijn zijn alle vrijstellingen opgenomen voor bepaalde activiteiten van algemeen belang. Dit betreft onder meer de medische zorg, ziekenhuisverpleging, de levering van menselijke organen, maatschappelijk werk, sociale zekerheid, prestaties door bejaardentehuizen, maar bijvoorbeeld ook het geven van onderwijs, sommige diensten die samenhangen met de beoefening van sport, of bepaalde culturele diensten.

3. Gemeentelijke praktijk 

3.1. Uitgangspunt 

In zijn brief van 15 september 2017, nr. 2017-0000174307 en (op bladzijde 7 van) zijn brief van 20 december 2017, nr. 2017-0000236803, geeft de Staatssecretaris van Financiën aan dat de beperking van de btw-koepelvrijstelling volgens hem ook geldt voor gemeenten. Dit heeft voor gemeenschappelijke regelingen op termijn grote gevolgen. Wij gebruiken de term op termijn. Dit omdat Nederland in zijn btw-regelgeving een ruimere btw-koepelvrijstelling heeft opgenomen dan de Europese btw-regelgeving toetstaat. Gemeenten kunnen een beroep doen op de Nederlandse wetgeving los van het feit dat die Nederlandse btw-regelgeving is strijd is met Europese btw-regelgeving. De Nederlandse btw-regelgeving inzake de btw-koepelvrijstelling moet in lijn worden gebracht met de Europese btw-regelgeving. Dat kost tijd. 

3.2. Inperking btw-koepelvrijstelling

Op bladzijde 33 van zijn brief van 29 maart 2018, nr. 0000044706, geeft de Staatssecretaris van Financiën aan dat artikel 9 van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 niet voldoet aan de uitleg die het Hof van Justitie geeft aan de btw-koepelvrijstelling. Het uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 wordt om die reden met ingang van 1 januari 2019 in die lijn gewijzigd. Tot die tijd kunnen belastingplichtigen vertrouwen ontlenen aan het Uitvoeringsbesluit. Of kort gezegd 'tot 1 januari 2019 kan de huidige handelwijze worden voortgezet c.q. de huidige praktijk worden toegepast'.  

3.3. Gevolgen voor de gemeentelijke praktijk 

Wij sommen een aantal gevolgen op die zich op termijn kunnen voordoen. 

1. De btw-koepelvrijstelling kan op termijn (volgens de Staatssecretaris van Financiën) niet meer worden toegepast door een gemeenschappelijke regeling die de inkoop van goederen en diensten voor de gemeente verzorgt. 

2. De btw-koepelvrijstelling kan op termijn (volgens de Staatssecretaris van Financiën) niet meer worden toegepast door een belastingsamenwerking die de inning van gemeentelijke belastingen verzorgt. 

3. De btw-koepelvrijstelling kan op termijn (volgens de Staatssecretaris van Financiën) niet meer worden toegepast door een Regionale Uitvoeringsdienst. 

Gemeenschappelijke regelingen die zich bezig houden met GGD-werkzaamheden, Sociaal Domein, sociale zekerheid en re-integratie lijken de btw-koepelvrijstelling gewoon te kunnen blijven toepassen. 

Sommige eenheden van de Belastingdienst hebben vanwege de Europese jurisprudentie standpunten over de toepassing van de btw-koepelvrijstelling gewijzigd c.q. ingetrokken. Ook adviseren sommige belastingadviseurs dat vanwege de Europese jurisprudentie de btw-koepelvrijstelling niet meer kan worden toegepast. Gelet op de mededeling van de Staatssecretaris van Financiën kan de huidige praktijk tot 1 januari 2019 worden voortgezet.  

4. BTW-compensatiefonds 

De inperking van de toepassing van de btw-koepelvrijstelling heeft voor gemeenten belangrijke gevolgen. 

Een belangrijk gevolg betreft de uitputting van het BTW-compensatiefonds. Gemeenten gaan meer btw betalen die wordt gecompenseerd bij het BTW-compensatiefonds. In het kader van de Europese jurisprudentie is ook de ruime c.q. brede toepassing van de btw-koepelvrijstelling inzake de zogenoemde ambtelijke fusies met ingang van 1 januari 2018 ingetrokken. Wij herhalen onze oproep voor het instellen van een Taskforce BTW-compensatiefonds. 

Gelet op de extra belastinginkomsten voor het Rijk is het niet meer dan redelijk dat het uitgavenplafond van het BTW-compensatiefonds structureel en stelselmatig wordt verhoogd. In deze lijn past het ook om de vennootschapsbelasting die gemeenten en provincies betalen toe te voegen aan het BTW-compensatiefonds. De opbrengst vennootschapsbelasting uit de publieke sector moet terugvloeien naar de onderdelen die de opbrengst vennootschapsbelasting hebben bekostigd. Gemeenten en provincies hebben een groot financieel belang bij een stevige beheersing en bewaking van het BTW-compensatiefonds. Kortom, het is gewenst dat een Taskforce wordt opgericht die zich gaat inzetten voor het structureel en stelselmatig verhogen van het uitgavenplafond van het BTW-compensatiefonds en ongewenste uitputting van het BTW-compensatiefonds actief gaat beperken.  

Voor meer informatie over de Taskforce BTW-compensatiefonds: klik hier. 

5. Uitvoeringskosten Gemeenschappelijke regeling 

Daling administratieve lasten bij gemeenschappelijke regelingen die de btw-koepelvrijstelling toepasten en dat met ingang van 1 januari 2019 niet meer kunnen. Zo is het bijvoorbeeld niet meer noodzakelijk om de omvang van de doorschuif-btw te berekenen. 

Dit bericht is opgesteld door de heer mr. dr. J.J.P. Swinkels. De heer Swinkels is verbonden aan Taxnavigator. Het artikel is op persoonlijke titel geschreven.   

© Copyright Taxnavigator/Nestor Business Media BV/Nestor Media BV