Nieuws

Belastingplan 2019

Geplaatst: 17 september 2018
Kenmerk: 2018.04626

Belastingplan 2019

Het Belastingplan 2019 is vanmiddag om 15.00 gepresenteerd. Wij hebben voor gemeenten en organisaties die zich bezig houden met sport een korte samenvatting gemaakt van de belangrijkste onderdelen uit het Belastingplan 2019.

Een ruime overgangsregeling voor het verleden! Geen herziening van btw.

De brondocumenten kunt eenvoudig downloaden zodat u snel alles zelf kunt nalezen.   

1. Verruiming btw-sportvrijstelling

De verruiming van de btw-sportvrijstelling betreft drie elementen. Ten eerste de verruiming van de btw-sportvrijstelling voor een ieder die zonder winstoogmerk de gelegenheid geeft tot sportbeoefening. Ten tweede geldt de btw-sportvrijstelling ook voor nauw samenhangende activiteiten. Ten derde geeft de wet een omschrijving van het begrip ‘winstoogmerk c.q. het beogen van winst’.  

Voor downloaden wettekst: klik hier 

Voor downloaden Memorie van Toelichting: klik hier

1.1.  Verruiming btw-sportvrijstelling

De btw-sportvrijstelling gaat gelden voor een ieder die zonder winstoogmerk de gelegenheid geeft tot sportbeoefening. Sport wordt gekenmerkt door een niet te verwaarlozen lichamelijke component. Lichamelijke opvoeding c.q. gymles is vrijgesteld van heffing van btw op grond van de btw-onderwijsvrijstelling. Gemeenten en sportstichtingen worden vrijgesteld van heffing van btw. Voor gemeenten en sportstichtingen gaan subsidieregelingen gelden.

Voor downloaden Memorie van Toelichting inzake btw-sportvrijstelling: klik hier

Voor downloaden Subsidieregeling Gemeenten: klik hier

Voor downloaden Subsidieregeling Sportorganisaties: klik hier

1.2. Nauw samenhangende activiteiten  

De btw-sportvrijstelling geldt ook voor nauw samenhangende activiteiten.

Nieuwe wettekst btw-sportvrijstelling. Van heffing van btw zijn vrijgesteld: "De nauw samenhangende leveringen en diensten, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen c, e, o en t, zijn van de vrijstelling uitgesloten wanneer zij: a. niet onontbeerlijk zijn voor het verrichten van de vrijgestelde handelingen; of b. in hoofdzaak ertoe strekken aan de instelling extra opbrengsten te verschaffen door de uitvoering van handelingen welke worden verricht in rechtstreekse mededinging met aan de heffing van belasting onderworpen handelingen van commerciële ondernemingen".

Commentaar: Diensten die onontbeerlijk zijn voor de beoefening van sport of lichamelijke opvoeding zijn nauw samenhangende diensten en vrijgesteld van de heffing van btw.

1.3. Winst beogen

Nieuwe wettekst btw-sportvrijstelling: "De vrijstellingen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen c, e en t, zijn slechts van toepassing, indien de ondernemer geen winst beoogt. Onder het beogen van winst wordt mede verstaan het behalen van exploitatieoverschotten, tenzij deze worden aangewend voor de instandhouding of verbetering van de diensten die worden verricht. Voor toepassing van het eerste lid, onderdeel e, is geen sprake van een instelling die winst beoogt, indien:

a. de instelling direct of indirect bijdragen ontvangt die geen vergoeding vormen of een vergoeding vormen hoger dan de normale waarde voor een prestatie en de instelling zonder die bijdragen geen overschot zou behalen; of

b. aan de instelling direct of indirect een sportaccommodatie of een gedeelte daarvan ter beschikking wordt gesteld door een publiekrechtelijk lichaam dat ter zake van die terbeschikkingstelling niet ten minste de aan die accommodatie of het gedeelte daarvan toerekenbare integrale kosten aan zijn afnemer in rekening brengt".

Commentaar: In de wet wordt een omschrijving gegeven van het begrip ‘winstoogmerk c.q. het beogen van winst’. Wordt een overschot behaald door het verkrijgen van bedragen zoals subsidies die geen vergoeding voor dienstverlening zijn of wordt een overschot verkregen omdat vergoedingen hoger zijn dan de normale waarde dan heeft de instelling volgens de wettelijke bepaling geen winstoogmerk. Dit geldt ook als de gemeente een sportaccommodatie voor een beperkt bedrag aan de exploitant ter beschikking stelt zodat de exploitant een overschot kan behalen. 

Volgens Taxnavigator is het nog steeds mogelijk om sportaccommodaties belast met btw te blijven exploiteren. Dit geldt ook voor sportbedrijven die op dit moment niet-commercieel sportaccommodaties exploiteren maar commercieel willen worden. Deze niet-commerciële sportbedrijven worden via de nieuwe subsidieregels immers nauwelijks voor de btw-schade gecompenseerd. De btw op kosten van exploitatie komt bij de niet-commerciële sportbedrijven niet voor compensatie c.q. subsidie in aanmerking. Commerciële exploitatie is een mogelijkheid om de kosten van btw te beperken. 

Voor downloaden relevante tekst uit Artikelsgewijze Toelichting: klik hier 

1.4. Zwembaden

Ter zake van zwembaden worden geen opmerkingen gemaakt.

1.5. Overgangsregeling btw-herzieningsregels

De btw-herzieningsregels worden niet toegepast als vanwege de uitbreiding van de btw-sportvrijstelling in het verleden in aftrek genomen btw moet worden terugbetaald aan de Belastingdienst.

  • Herziening van in 2018 en daarvoor in aftrek genomen btw inzake de bouw, aankoop, renovatie, onderhoud en exploitatie van sportaccommodaties blijft achterwege. In het kort: op het verleden wordt niet teruggekomen. Dit geldt voor investeringen in onroerende zaken en voor investeringen in roerende zaken.    
  • Als de aannemingsovereenkomst voor 1 januari 2019 is gesloten en met de bouw voor 1 januari 2019 is gestart bestaat recht op aftrek van btw voor de termijnen die in 2019 zijn verschuldigd. In het kort: op afspraken die in 2018 en eerdere jaren zijn gemaakt wordt niet teruggekomen mits in 2018 een aanvang is gemaakt met de bouw.

Voor downloaden relevante tekst uit Memorie van Toelichting: klik hier

Voor downloaden relevante tekst uit Artikelsgewijze Toelichting: klik hier

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2019)

VOORSTEL VAN WET

Artikel XXV

1. Ingeval een koop-/aannemingsovereenkomst ter zake van een sportaccommodatie is gesloten voor 1 januari 2019 en de bouw daarvan ook voor die datum is aangevangen, vindt in afwijking van artikel 15, vierde lid, eerste zin, van de Wet op de omzetbelasting 1968 de aftrek van belasting die na 1 januari 2019 ter zake van de bouw van de sportaccommodatie in rekening wordt gebracht dan wel na 1 januari 2019 wordt verschuldigd, plaats overeenkomstig de bestemming van de goederen en diensten op het tijdstip waarop de koop-/aannemingsovereenkomst is gesloten. Vorenstaande zin is slechts van toepassing indien het in aftrek brengen van belasting niet mogelijk zou zijn als gevolg van de wijziging van artikel 11 van de Wet op de omzetbelasting 1968 bij artikel XXIV, onderdeel C, van deze wet.

2. Een herziening van de aftrek van belasting als bedoeld in artikel 15, vierde lid, tweede volzin, van de Wet op de omzetbelasting 1968 vindt niet plaats voor onroerende en roerende zaken die in gebruik zijn genomen na 1 januari 2019 voor zover de herziening het gevolg is van de wijziging van artikel 11 van die wet bij artikel XXIV, onderdeel C, van deze wet.

3. Een herziening van de aftrek van belasting als bedoeld in artikel 15, zesde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 vindt niet plaats voor onroerende en roerende zaken die in gebruik zijn genomen vóór 1 januari 2019 voor zover de herziening het gevolg is van de wijziging van artikel 11 van die wet bij artikel XXIV, onderdeel C, van deze wet.

2. Verhoging verlaagde btw-tarief van 6% naar 9%

Het Kabinet stelt voor het verlaagde btw-tarief te verhogen van 6% naar 9%. Het naheffing van btw over betalingen in 2018 ter zake van prestaties die in 2019 worden verzorgd acht het Kabinet niet wenselijk. Het Kabinet wil de overgang van het verlaagde btw-tarief van 6% naar 9% soepel laten verlopen. Voor het vaststellen van het toepasselijke tarief moet worden bekeken naar het tijdstip van de wettelijke verschuldigdheid.

Taxnavigator maakt op het fiscaal platform een dossier aan waarin alle relevante zaken voor gemeenten inzake de btw-tariefsstijging worden samengevat.

3. Vrijwilligersregeling

Het Kabinet stelt voor om het plafond van de vrijwilligersvergoeding te verhogen tot € 170 per maand en tot € 1700 per kalenderjaar.

Dit nieuwsbericht is opgesteld door de redactie van Taxnavigator/eindredactie mr. dr. J.J.P.(Joep) Swinkels. Voor meer informatie: info@taxnavigator.nl. © Copyright Taxnavigator/Nestor Business Media BV/Nestor Media Groep. Ter zake van onze fiscale dienstverlening en berichtgeving gelden algemene voorwaarden en hetgeen wordt vermeld in de colofon.