Nieuws

Combiticket betreft twee prestaties: parkeren en vervoer

Geplaatst: 30 augustus 2017
Bron: Rechtbank Gelderland 4 augustus 2016, nr. AWB - 15 _ 4218
Kenmerk: 2017.00485

Combiticket betreft twee prestaties: parkeren en vervoer

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat het gelegenheid geven tot parkeren en aansluitend het vervoer van personen naar het centrum van de stad niet één maar twee afzonderlijk prestaties betreffen. De eerste prestatie bestaat uit het geven van gelegenheid tot parkeren en is belast met 21% btw. De tweede prestatie betreft een vervoersdienst die is belast met 6% btw. Wordt voor de beide prestaties één vergoeding ontvangen dan moet de vergoeding worden gesplitst. De vergoeding kan worden gesplitst op basis van de voor beide prestaties gemaakte kosten.

1. Achtergrond

Een gemeente is eigenaar van vier transferia. Bezoekers van de transferia krijgen bij het inrijden van het transferium een inrijkaart. De inrijkaart kan binnen een uur met bijbetaling van 50 eurocent worden ingewisseld voor een combikaart. De combikaart is een uitrijkaart en geeft de houder van de kaart de mogelijkheid om met nog vier personen de gehele dag gebruik te maken van het openbaar vervoer binnen de gemeente. Het parkeertarief bij de transferia bedraagt € 4,50. De kosten van een combikaart bedragen € 5,00. De gemeente koopt het vervoer in bij een vervoersmaatschappij en betaalt daarvoor € 3,29 per kaart. In de (directe) omgeving van de transferia kan gratis worden geparkeerd.

De gemeente heeft in 2009 met de Belastingdienst afgesproken dat de gemeente met de combikaart een vervoersdienst verleent. Het gelegenheid geven tot parkeren is een bijkomende prestatie om de hoofddienst (het vervoer) aantrekkelijker te maken. Omdat in de omgeving van de transferia gratis kon worden geparkeerd kon de prestatie volgens de Belastingdienst niet worden gekwalificeerd als één prestatie die bestaat uit het geven van gelegenheid tot parkeren. De gemeente voldoet op grond van de afspraak met de Belastingdienst over de gehele opbrengst van de combikaart 6% btw.

Naar aanleiding van de uitspraak van het Hof van Justitie EU van 19 januari 2012 in zaak C-117/11 (Purple Parking) wordt de afspraak door de Belastingdienst met ingang van 1 januari 2014 beëindigd. De zaak Purple Parking betreft een bijzondere vorm van luchthavenparkeren. Uit deze zaak leidt de Belastingdienst af dat de gemeente over de opbrengst van de combikaart 21% btw moet voldoen. De gemeente bestrijdt de intrekking van de afspraak en schakelt een belastingadvieskantoor in om bezwaar en beroep aan te tekenen.

2. Oordeel Rechtbank Gelderland

Rechtbank Gelderland oordeelt in zijn uitspraak van 4 augustus 2016, nr. ARN 15/4218, dat een combikaart de consument het recht geeft om te parkeren in een van de transferia (de parkeerdienst) en aansluitend tegen een zeer gereduceerd tarief gebruik te maken van het openbaar vervoer binnen de zones van de gemeente (de vervoersdienst). Er kunnen derhalve op zichzelf twee afzonderlijke prestaties worden onderscheiden waarvoor één vergoeding wordt gevraagd.

Naar het oordeel van de rechtbank verricht de gemeente een hoofddienst bestaande uit het gelegenheid geven tot parkeren omdat het de modale consument van een combikaart volgens de rechtbank te doen is om het parkeren. Het feit dat de consument door te parkeren op het transferium de mogelijkheid krijgt die dag vrijwel kosteloos onbeperkt gebruik te maken van het openbaar vervoer, zal de hoofdprestatie van het parkeren op deze transferia voor de consument aantrekkelijker maken.

Uit het voorgaande volgt dat voor de modale consument het parkeren de hoofddienst vormt en het openbaar vervoer naar het centrum de bijkomende dienst, die het fiscale lot van de hoofddienst volgt. Dit betekent dat volgens de rechtbank sprake is van één dienst die is belast tegen het algemene btw-tarief van 21%. Het beroep dat het belastingadvieskantoor voor de gemeente heeft ingesteld wordt daarom ongegrond verklaard.

3. Oordeel Gerechtshof Arnhem/Leeuwarden

De gemeente heeft beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem/Leeuwarden. Het Gerechtshof oordeelt in zijn uitspraak van 15 augustus 2017, nr. 16/01150, dat een afspraak door de Belastingdienst kan worden opgezegd mits de belangen van de gemeente in acht worden genomen. Volgens het Gerechtshof heeft de Belastingdienst bij het opzeggen van de afspraak een redelijke overgangstermijn van acht maanden gehanteerd en zijn de algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet geschonden.  

De bezoeker van de stad die over een eigen voertuig beschikt moet voor zijn keuze voor de combikaart rekening houden met het element parkeren van het voertuig en het element vervoer binnen de stad. Gelet op deze twee elementen verricht de gemeente twee prestaties die bestaan uit het geven van gelegenheid tot parkeren van het voertuig in een bewaakte ruimte en het gebruik van het openbaar vervoer door maximaal vijf personen gedurende de dag van de aankoop van de combikaart. De twee prestaties worden door twee verschillende dienstverleners verricht. De twee prestaties zijn los te koop. Ook financieel, economisch en organisatorisch kunnen de prestaties worden gescheiden.

De gemeente en de Belastingdienst zijn overeengekomen de vergoeding te splitsen op basis van de kostprijs van de twee verschillende prestaties. Van de vergoeding is 67% belast naar het algemeen tarief van 21% omdat sprake is van parkeren en 33% is belast met 6% omdat sprake is van vervoer. Bij het bepalen van de kostprijs van de parkeerdienst worden de rente-, huur en exploitatielasten in aanmerking genomen. Bij het bepalen van de kostprijs van de vervoersdienst wordt aangesloten bij de afspraken die met het vervoersbedrijf zijn gemaakt.

4. Gemeentelijke praktijk

De Belastingdienst en de gemeente hebben nog de mogelijkheid om beroep in cassatie in te stellen bij de Hoge Raad. De cassatieberoepstermijn is nog niet verstreken. De uitspraak kan ook gevolgen hebben voor andere lopende zaken inzake btw en parkeren. Door verschillende attractieparken en dierentuinen wordt geprocedeerd over de vraag of het geven van gelegenheid tot parkeren als bijkomende prestatie opgaat in de dienst die bestaat uit het geven van toegang tot een pretpark of dierentuin en per saldo is belast met 6% btw.   

Dit artikel is opgesteld door mr. dr. J.J.P. Swinkels die werkzaam is als belastingadviseur en concernfiscalist. Het artikel is op persoonlijke titel geschreven.


Contactpersoon

Heeft u vragen over dit onderwerp?
Neem dan contact op met:

Voor meer informatie:

mr. dr. J.J.P. (Joep) Swinkels
06-25152349
joepswinkels@taxnavigator.nl