Nieuws

Einde verruimde toepassing btw-koepelvrijstelling bij ambtelijke fusie

Geplaatst: 15 september 2017
Kenmerk: 2017.03202

Einde verruimde toepassing btw-koepelvrijstelling bij ambtelijke fusie

In zijn brief van 15 september 2017 met kenmerk 2017-0000174307 geeft de Staatssecretaris van Financiën aan dat zijn beleid inzake de verruimde toepassing van de btw-koepelvrijstelling bij gemeentelijke samenwerkingen wordt beëindigd met ingang van 1 januari 2018. De staatssecretaris hanteert een overgangsregeling tot 1 januari 2018 zodat betrokken partijen hun administratie en contracten kunnen aanpassen.

Achtergrond verruimde toepassing btw-koepelvrijstelling

Bij gemeenten die samenwerken via een ambtelijke fusie bestaat een btw-vraagstuk met betrekking tot de toepassing van de btw-koepelvrijstelling. Moet de btw-koepelvrijstelling worden toegepast per afzonderlijke activiteit die de GR voor de gemeenten verricht of geldt de btw-koepelvrijstelling voor alle diensten van de GR tezamen. Volgens de Belastingdienst moest de btw-koepelvrijstelling per afzonderlijke activiteit worden toegepast. Hierdoor ontstaat vanuit fiscaal perspectief een zeer ingewikkelde situatie. De btw-koepelvrijstelling kent namelijk veel uitzonderingen. De btw-koepelvrijstelling geldt bijvoorbeeld niet voor automatiseringsdiensten, administratiediensten en het uitlenen van personeel. De GR moet per afzonderlijke dienstverlening de btw-aspecten in kaart brengen.

Op grond van een standpunt van de Europese Commissie heeft de Staatssecretaris van Financiën op 15 februari 2016 ingestemd met een ruime toepassing van de btw-koepelvrijstelling. De btw-koepelvrijstelling kan op grond van het voormelde standpunt worden toegepast met betrekking tot de algehele dienstverlening van de GR aan de gemeenten. Ook in deze situatie gaat overigens btw verloren. De GR kan alleen de btw doorschuiven die betrekking heeft op de kosten voor diensten die de gemeenten afnemen voor de activiteiten die de gemeenten als overheid verrichten. Bijvoorbeeld het innen van belastingen, de Sociale Dienst en het onderhouden van het openbaar gebied.

De gemeenten nemen echter ook diensten van de GR af voor hun met btw-belaste ondernemersactiviteiten zoals de exploitatie van (binnen)sportaccommodaties en de verkoop en levering van btw-bouwkavels. De GR kan de btw op kosten die betrekking hebben op diensten die gemeenten afnemen voor met btw-belaste ondernemersactiviteiten vanwege toepassing van de btw-koepelvrijstelling niet verrekenen c.q. terugvragen op de btw-aangifte en ook niet doorschuiven via de btw-transparantiemethode naar de gemeenten. Per saldo vormt de btw op die kosten een kostenpost. Deze kostenpost was niet aanwezig als gemeenten de kosten zelf hadden gemaakt. De gemeenten hadden de btw op de kosten dan kunnen terugvragen c.q. verrekenen op hun eigen btw-aangifte. Per saldo leidt samenwerken tot extra kosten bij de samenwerkende gemeenten en meer belastingopbrengsten voor het Rijk.  

Brief Staatssecretaris van Financiën van 15 september 2017

In zijn brief van 15 september 2017 bericht de Staatssecretaris van Financiën dat zijn beleid in zake de toepassing van de btw-koepelvrijstelling bij gemeentelijke samenwerkingen wordt beëindigd met ingang van 1 januari 2018. De reden voor de beëindiging van zijn beleid is het arrest van het Hof van Justitie van 4 mei 2017 in de zaak van de Europese Commissie tegen Luxemburg.

De staatssecretaris hanteert een overgangsregeling tot 1 januari 2018 zodat betrokken partijen hun administratie en contracten kunnen aanpassen.

De overgangstermijn is erg kort gelet op de inspanningen die moeten worden verricht. Men kan zich voorts de vraag stellen of de Europese Commissie de Staatssecretaris van Financiën daadwerkelijk op korte termijn aanspreekt op zijn beleid. Tussen de Luxemburgse zaak waarover het Hof van Justitie op 4 mei 2017 heeft geoordeeld en het beleid van de Staatssecretaris van Financiën bestaat verder een aantal aanmerkelijke verschillen.

Gemeentelijke praktijk

Taxnavigator heeft contact met een groot aantal gemeentelijke samenwerkingsverbanden c.q. ambtelijke fusies. Slechts één van de samenwerkingsverbanden maakt gebruik van de btw-koepelvrijstelling.

Veel ambtelijke fusies belasten de diensten met btw en zien af van toepassing van de btw-koepelvrijstelling. Als de dienstverlening is belast met btw hoeft door de GR alleen een factuur met btw te worden uitgereikt (voor zover geen btw-vrijstelling geldt) en kan de GR alle btw op de kosten in aftrek nemen c.q. terugvragen op de btw-aangifte. Onroerende zaken kunnen door de GR belast met btw worden gehuurd. De gemeenten betalen ter zake van de dienstverlening btw die zij veelal zullen verwerken via het mengpercentage. Een gedeelte van de btw die de GR in rekening brengt vormt bij de afnemende gemeenten een kostenpost. Echter als de gemeenten de werkzaamheden zelf hadden verzorgd was ook een beperkt gedeelte van de btw op de kosten kostprijsverhogend. In feite ontstaat alleen een extra last ter zake van de btw op de loonkosten voor zover de personeelsleden van de GR eerst een dienstbetrekking hadden bij de gemeenten. De omvang van de extra kosten van de btw-last bij de deelnemende gemeenten is doorgaans geringer dan de omvang van de kosten bij de GR die de toepassing van de btw-koepelvrijstelling met zich meebrengt.

Het samenwerken van gemeenten leidt voor het Rijk tot extra btw-inkomsten. Volgens Taxnavigator moeten deze extra btw-opbrengsten worden afgestort in het BTW-compensatiefonds. Het kan niet zo zijn dat de door het Rijk gewenste samenwerking van gemeenten leidt tot extra belastinginkomsten voor het Rijk.

Taxnavigator

Over de btw-aspecten van deze zaak hebben wij u uitgebreid bericht in het artikel 'Belangrijke btw-ontwikkeling inzake ambtelijke fusie' van van 6 mei 2017en het artikel 'Oplossing fiscale vraagstukken ambtelijke fusie' van 12 juni 2017

Dit artikel is opgesteld door mr. dr. J.J.P. Swinkels die werkzaam is als belastingadviseur en concernfiscalist. Het artikel is op persoonlijke titel geschreven.