Nieuws

BTW: Nederlandse btw-sportvrijstelling in strijd met Europees recht?

Geplaatst: 12 december 2020
Kenmerk: 2020.22353

BTW: Nederlandse btw-sportvrijstelling in strijd met Europees recht?

In dit nieuwsbericht informeren wij u over het arrest van het HvJ EU van 10 december 2020 in zaak C-488/18 (Golfclub Schloss Igling e.V.)

Op 10 december 2020 heeft het Hof van Justitie arrest gewezen in zaak C-488/18 (Golfclub Schloss Igling e.V.). De procedure betreft onder andere de vraag hoe het begrip ‘winst beogen’ uit de Europese btw-sportvrijstelling moet worden uitgelegd. Het Hof van Justitie oordeelt dat het begrip 'winst beogen' een communautair begrip betreft dat in alle landen van de Europese Unie op dezelfde wijze moet worden uitgelegd en geïnterpreteerd. Het is maar zeer de vraag of de Nederlandse invulling van het winstoogmerk bij de btw-sportvrijstelling in overeenstemming is met het Europeesrechtelijk begrip 'winstoogmerk'.

1. Achtergrond

Een Duitse belastingrechter heeft aan het Hof van Justitie gevraagd hoe het begrip ‘instelling zonder winstoogmerk’ c.q. het begrip ‘winstoogmerk’ moet worden uitgelegd. De zaak is geregistreerd onder nummer C-488/18 (Golfclub Schloss Igling e.V.). De Nederlandse regering heeft in deze Duitse procedure geïntervenieerd. De advocaat-generaal acht de Nederlandse interpretatie van de reikwijdte van de btw-sportvrijstelling onjuist.

De redactie van Taxnavigator heeft deze Duitse zaak uitgebreid bestudeerd. Het eerste dat opvalt is dat de Duitse Golfvereniging niet is vrijgesteld van de heffing van btw omdat de golfvereniging niet een het algemeen nut beogende instelling is. In Duitsland zijn sportdiensten van verenigingen en sportstichtingen van rechtswege belast met btw tenzij de stichting of vereniging een het algemeen nut beogende instelling is. De Duitse benadering staat haaks op de Nederlandse wet- en btw-regelgeving inzake sport.

2. Nederlandse invulling winstoogmerk exploitanten sportaccommodaties


Volgens de Nederlandse btw-regelgeving heeft de exploitant van sportaccommodaties een winstoogmerk in de zin van de btw als:

  • de exploitant financiële overschotten realiseert welke financiële overschotten worden uitgekeerd aan aandeelhouders/leden;
  • de exploitant voor het gebruik c.q. de huur van de gemeentelijke sportaccommodatie de integrale kostprijs betaalt;
  • de exploitant voor de diensten die het sportbedrijf aan de gemeente verleent niet een bovenmatige vergoeding ontvangt;
  • de exploitant niet anderszins een financiële bijdrage van de gemeente ontvangt waardoor een financieel overschot ontstaat;
  • of sprake is van een winstoogmerk in de zin van de btw wordt beoordeeld op het niveau van de instelling c.q. de organisatie.

3. Arrest Hof van Justitie

Het Hof van Justitie oordeelt dat het begrip 'instelling zonder winstoogmerk' een communautair begrip is. Een instelling zonder winstoogmerk mag geen overschotten uitkeren aan aandeelhouders en/of leden. Het vermogen van de instelling moet permanent zijn bestemd voor de realisatie van het maatschappelijk doel van de instelling.

4. Gemeentelijke praktijk

Volgens de redactie van Taxnavigator is het maar zeer de vraag of de Nederlandse invulling van het begrip winstoogmerk bij exploitanten van sportaccommodaties aansluit bij Europese btw-regelgeving. De redactie van Taxnavigator zet daar ernstige vraagtekens bij.

5. Documenten en publicaties

  • Achtergrond zaak C-488/18 (Golfclub Schloss Igling e.V.). Klik hier
  • Conclusie advocaat-generaal Hogan in zaak C-488/18 ( Golfclub Schloss Igling e.V.). Klik hier
  • Arrest van het Hof van Justitie van 10 december 2020. Klik hier

Dit bericht is opgesteld door de redactie van Taxnavigator/eindredactie mr. dr. J.J.P.(Joep) Swinkels. Voor meer informatie: info@taxnavigator.nl. © Copyright Taxnavigator/Nestor Business Media BV/Nestor Media Groep. Ter zake van onze fiscale dienstverlening en berichtgeving gelden algemene voorwaarden en hetgeen wordt vermeld in de colofon.