Nieuws

BTW-bouwterrein. Praktijk

Geplaatst: 09 april 2017
Kenmerk: 2017.02499

BTW-bouwterrein. Praktijk

Met ingang van 1 januari 2017 is het begrip ‘bouwterrein’ in de btw-regelgeving verruimd. Een btw-bouwterrein betreft volgens artikel 11, lid 4 van de Wet op de omzetbelasting 1968, onbebouwde grond die kennelijk bestemd is om te worden bebouwd met een of meer gebouwen. Over de reikwijdte van het begrip bestaan veel vragen in de praktijk.

Kennelijk is bestemd

Hoe moet de zinsnede ‘kennelijk bestemd is om te worden bebouwd' worden geïnterpreteerd? In zijn Kamerbrief schriftelijke antwoorden Belastingplan 2017 van 3 november met kenmerk 2016-0000190243 antwoordt Staatssecretaris Wiebes van Financiën op vragen die zijn gesteld tijdens het wetgevingsoverleg over het pakket Belastingplan 2017: “Een bouwterrein dat vóór 1 januari 2017 kwalificeert als bouwterrein, is ook na inwerkingtreding van deze aanpassing een bouwterrein. Na 1 januari 2017 is voor alle belastingplichtigen doorslaggevend de beoordeling van alle omstandigheden die heersen op de datum van levering – met inbegrip van de intentie van partijen, als deze wordt ondersteund door objectieve gegevens – waaruit kan blijken dat op die datum het betrokken terrein daadwerkelijk bestemd is om te worden bebouwd. Nu is gebleken dat de intentie (ondersteund door objectieve factoren) bestaat om het terrein te gaan bebouwen kwalificeert het bouwterrein in de zin van de BTW-richtlijn. De omstandigheden die spelen tijdens het moment van leveren zijn van belang alsook de intentie van partijen mits ondersteund door objectieve gegevens”. 

Bij veel gemeenten ontstaan vragen als de koper juist geen btw-bouwterrein wil kopen maar mogelijk toch een, al dan niet geuite, intentie bestaat om te bebouwen. Bijvoorbeeld de burger die een stuk grond koopt om bij zijn tuin te voegen maar wellicht een uitbouw van zijn woning wil realiseren of een (dubbele of grote) garage (op termijn) wil gaan bouwen. Of de agrariër die een stuk grond koopt en mogelijk op termijn een stal of werkplaats op de grond wil bouwen. Gemeenten doen er verstandig aan om in de koopovereenkomst een bepaling op te nemen dat een mogelijke naheffing van btw voor rekening en risico van de koper komt. Ook kan een verklaring worden opgenomen of al dan niet het voornemen bestaat om de grond te bebouwen. 

Onbebouwd

Alleen onbebouwde grond kan kwalificeren als een btw-bouwterrein. Dit is slechts anders als de verkoper en de koper hebben afgesproken dat de verkoper de op het perceel aanwezige bebouwing zal slopen. Voor de btw-heffing wordt geacht geen gebouw te zijn geleverd, maar onbebouwde grond, als op het moment van de levering fysiek weliswaar nog een oud gebouw aanwezig is, maar de leverancier heeft afgesproken een onbebouwd terrein te leveren en het gebouw daartoe door de leverancier of in zijn opdracht wordt gesloopt (HvJ 19 november 2009, zaak C-461/08 (Don Bosco).

In onderdeel onderdeel 4.2 van het Besluit van 19 september 2013, nr. BLKB2013/1686M, merkt de Staatssecretaris van Financiën op dat een gedeeltelijk gesloopt gebouw in btw-technisch opzicht ook (nog) een gebouw is (HR 7 maart 2003, nr. 37.525).

In Kamerstuk 34.552 (Nota naar aanleiding van het verslag van 26 oktober 2016) antwoordt de Staatssecretaris van Financiën op vragen van leden van het CDA dat naar aanleiding van de wetswijziging geen noodzaak bestaat om het Besluit van 19 september 2013 aan te passen. Kortom, als de verkoper een oud gebouw of bouwwerk verkoopt en levert zonder dat hij de sloop verzorgt dan levert de verkoper een gebouw en geen btw bouwterrein. Dat het gebouw geen functie meer heeft is volgens Taxnavigator niet van belang. 

Gebouwen en wegen

Volgens de wetstekst is sprake van een bouwterrein als de grond is bestemd om te worden bebouwd met één of meer gebouwen. Aldus lijkt geen sprake van de levering van een btw-bouwterrein als de gemeente grond levert aan Rijkswaterstaat of de provincie voor de realisatie van een weg. Wij nemen aan dat onder gebouwen ook bouwwerken moet worden verstaan en de levering van grond voor de aanleg van wegen van beton, asfalt of klinkers. Kortom, grondtransacties met Rijkswaterstaat zullen eerder in de heffing van btw worden betrokken. 

Dit artikel is opgesteld door de heer mr. dr. J.J.P. Swinkels die werkzaam is als concernfiscalist bij de gemeente Utrecht. Het artikel is op persoonlijke titel geschreven.

Contactpersoon

Heeft u vragen over dit onderwerp?
Neem dan contact op met:

Voor meer informatie:

mr. dr. J.J.P. (Joep) Swinkels
06-25152349
joepswinkels@taxnavigator.nl