Nieuws
BCF: BTW: Recht op teruggaaf van btw inzake stadskantoor
In dit nieuwsbericht informeren wij u over een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 februari 2026, nr. 24/1232 inzake de bouw van een nieuw stadskantoor en de toepassing van de btw-overgangsregeling inzake sport.
Feiten en uitgangspunten
Een gemeente heeft op eigen terrein een nieuw stadskantoor gerealiseerd dat is verbonden met het oude monumentale stadhuis. Medio oktober 2017 is gestart met de bouw van het stadskantoor. Op 1 november 2019 is het stadskantoor door de gemeente in gebruik genomen. De totale kosten van de bouw bedroegen circa € 43.100.000, exclusief een bedrag van € 7.383.884 aan btw.
Het nieuwe stadskantoor wordt voor diverse doeleinden gebruikt. Het nieuwe stadskantoor wordt door de gemeente ook gebruikt voor werkzaamheden inzake het geven van gelegenheid tot sportbeoefening waaronder de exploitatie van een zwembad en diverse binnen- en buitensportaccommodaties. De werkzaamheden bestaan uit administratieve werkzaamheden, contractmanagement, accommodatiebeheer, beleid en inkoophandelingen.
De Belastingdienst heeft in overleg met de gemeente vooraf ingestemd met een teruggaaf via de btw-aangifte van voorlopig 11% van de btw op de bouwkosten gedurende de bouw van het stadkantoor. Dit op basis van het werkelijk verwachte gebruik van het nieuwe stadskantoor. Bij het bepalen van dit percentage is het uitgangspunt geweest dat de gemeente ter zake van de btw op de bouwkosten die kan worden toegerekend aan het geven van gelegenheid tot sportbeoefening recht op aftrek heeft via de btw-aangifte. Op het moment van het bepalen van dit percentage was het geven van gelegenheid tot sportbeoefening een met btw-belaste activiteit omdat de sportvrijstelling niet van toepassing was op diensten die samenhangen met het gelegenheid geven tot sportbeoefening. De gemeente en de Belastingdienst hebben afgesproken dat op het moment van ingebruikneming het daadwerkelijke recht op aftrek van btw wordt bepaald.
De gemeente heeft tot en met het vierde kwartaal 2019 een bedrag aan btw groot € 812.227 in aftrek genomen op de btw-aangifte in verband met de bouw van het stadskantoor. Met ingang van 1 januari 2019 is de Wet OB gewijzigd, waarbij de btw- sportvrijstelling is verruimd. De verruiming van de btw-sportvrijstelling heeft tot gevolg dat diensten die nauw samenhangen met de beoefening van sport niet langer onder het verlaagde btw-tarief vallen maar zijn vrijgesteld van de heffing van btw op grond van de btw-sportvrijstelling. Door toepassing van de btw-sportvrijstelling bestaat geen recht meer bestaat op aftrek van btw inzake de activiteiten op het gebied van het geven van gelegenheid tot sportbeoefening. De wetgever heeft daarbij wel een overgangsregeling getroffen.
De vraag rijst of de btw-overgangsregeling inzake sport ook van toepassing is op de onderhavige casus. Volgens de gemeente is de overgangsregeling wel van toepassing, omdat volgens de tekst van de regeling niet is vereist dat het gaat om een sportaccommodatie. Volgens de inspecteur is het tweede lid niet van toepassing op het stadskantoor, omdat het kantoor geen sportaccommodatie is en omdat uit de Memorie van Toelichting bij de overgangsregeling kan worden afgeleid dat de wetgever heeft bedoeld dat het tweede lid, net als het eerste lid, alleen geldt voor sportaccommodaties.
Procedure
De rechtbank oordeekt dat artikel XXV, tweede lid, van de overgangsregeling zo moet worden uitgelegd dat de overgangsregeling van toepassing is bij de herziening wegens ingebruikneming van het stadskantoor. Het stadskantoor is namelijk een onroerende zaak die na 31 december 2018 in gebruik is genomen en de herziening bij ingebruikneming zou als gevolg van de wetswijziging ongunstiger uitpakken voor belanghebbende dan als de wetswijziging niet zou hebben plaatsgevonden. Deze uitleg volgt volgens de rechtbank de precieze en duidelijke tekst van de overgangsregeling.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigt in zijn uitspraak van 17 februari 2026, nr. 24/1232, een compromis dat de gemeente en de Belastingdienst hebben gesloten.
Documenten en publicaties
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 17 februari 2026, nr. 24/1232. Klik hier
- Uitspraak Rechtbank Gelderland d.d. 23 april 2024, nr. AWB 22/2545. Klik hier
Deel dit bericht:
Inloggen
Wilt u meer informatie over de kennisbank? Mail dan naar: info@taxnavigator.nl.
Inschrijven nieuwsbrief
Schrijf u in voor de nieuwsbrief