Nieuws

Fiscale vragen en antwoorden SPUK

Geplaatst: 06 maart 2019
Kenmerk: 2019.05225

Fiscale vragen en antwoorden SPUK

Op 6 maart 2019 zijn op de website van DUS-I 28 fiscale vragen met antwoorden gepubliceerd. Wij verwachten op korte termijn meer antwoorden en vragen. 

Voor downloaden 28 fiscale vragen en antwoorden: klik hier

Wij hebben de belangrijkste vragen voor u geselecteerd en van kort commentaar voorzien.

  1. Bewegingsonderwijs
  2. Zwembaden
  3. Winstbeogen
  4. Verhuur of geven van gelegenheid tot sportbeoefening. 

1. Bewegingsonderwijs

Vraag 4. Hoe om te gaan met btw die drukt op kosten met betrekking tot gymzalen die bestemd zijn voor onderwijsgebruik? 

Antwoord vraag 4. Voor zover gemeenten gymzalen ter beschikking stellen aan instellingen voor primair onderwijs voor het bewegingsonderwijs, is geen sprake van een dienst die nauw samenhangt met de beoefening van sport als bedoeld in artikel 11-1-e Wet OB. De kosten die samenhangen met deze diensten komen dus niet in aanmerking voor compensatie via de regeling.

Commentaar vraag 4. De kosten die verband houden met het ter beschikking stellen van gymnastiekzalen en sportzalen in sporthallen komen niet in aanmerking voor SPUK. De kosten kunnen ook niet worden afgetrokken op de btw-aangifte of worden gecompenseerd bij het BTW-compensatiefonds. De gemeenten Nissewaard en Nieuwegein procederen over de vraag of de gemeenten de btw op de kosten van het ter beschikking stellen van gymnastiekzalen en sportzalen in sporthallen kunnen compenseren bij het BTW-compensatiefonds. 

2. Zwembaden

Vraag 6. Wordt het toegang verlenen tot zwembaden aangemerkt als het geven van gelegenheid tot sportbeoefening? 

Antwoord vraag 6. Indien bij recreatief gebruik van een zwembad geen sprake is van een te verwaarlozen lichamelijke component, valt het toegang verlenen tot het zwembad onder de verruimde btw-sportvrijstelling. Bij zwembaden die louter zijn ingericht voor vermaak en ontspanning (bijv. zogenoemde tropische zwemparadijzen) is sprake van een verwaarloosbare lichamelijke component. De btw-sportvrijstelling is dan niet van toepassing.

Commentaar vraag 6. Veel exploitanten van zwembaden zullen dus ter zake van het zwembad btw-belaste prestaties verrichten (recreatie) en btw-vrijgestelde activiteiten verrichten zoals sport. In het commentaar wordt niet opgemerkt over schoolzwemmen, reddingszwemmen en therapeutisch zwemmen. Verder wordt het zwembad ook gebruikt voor beroepsonderwijs van de brandweer of voor verkeersonderwijs zoals het leren omgaan met de situatie dat de auto te water raakt. Volgens Taxnavigator zou de praktijk erg zijn gediend met een kruisjeslijst van het Ministerie van Financiën waarin de btw-aspecten van de exploitatie van een zwembad zijn gelabeld.   

3. Winstbeogen

Vraag 15. Indien er sprake is van een fiscale eenheid voor de btw, dient dan op het niveau van de fiscale eenheid als geheel of op het niveau van de fiscale eenheid deel uitmakende instelling bepaald te worden of er (geen) winst wordt beoogd? 

Antwoord vraag 15. Het winstoogmerk moet worden bepaald op het niveau van de instelling. Dit blijkt uit artikel 11-4 Wet OB.

Vraag 16. Moet het winststreven in het kader van de btw-sportvrijstelling beoordeeld worden op het niveau van de (sport)activiteiten of op het niveau van de instelling? 

Antwoord vraag 16. Er dient sprake te zijn van een instelling die geen winst beoogt om de btw-sportvrijstelling van toepassing te kunnen laten zijn. Om te bepalen of de instelling (geen) winst beoogt, moeten alle diensten van de instelling, dus ook diensten die niet onder de btw-sportvrijstelling vallen, gezamenlijk in aanmerking worden genomen. Hiertoe behoren ook de diensten die samenhangen met het exploiteren van een kantine en andere (fondswervende) activiteiten. Als met de activiteiten overschotten worden behaald geldt dat als deze overschotten worden aangewend voor de diensten die de instelling verricht de instelling de status van niet-winstbeogend niet verliest. 

Commentaar vraag 16. Of de exploitant een winstoogmerk heeft moet op het niveau van de instelling worden bepaald. Mogelijk kan de exploitant een winstoogmerk hebben omdat hij een positief resultaat realiseert ter zake van de exploitatie van de horeca. 

 4. Verhuur of geven van gelegenheid tot sportbeoefening

Vraag 26. Wanneer is bij een sportaccommodatie sprake van de verhuur van een onroerende zaak? 

Antwoord vraag 26. Er is sprake van verhuur van een sportaccommodatie als een verhuurder aan een huurder het recht verleend om de sportaccommodatie voor een overeengekomen tijdsduur tegen vergoeding te gebruiken als ware de huurder eigenaar ervan, waarbij de huurder ieder ander van het genot van dat recht kan uitsluiten. Een verhuurder kan daarbij handelingen verrichten die noodzakelijk zijn voor en eigen zijn aan verhuur. Ook eventuele andere beperkingen aan het gebruik, zoals toezicht door de verhuurder op een juist gebruik en eventuele bijkomende diensten (deze diensten zijn geen doel op zichzelf maar alleen een middel om de hoofdprestatie aantrekkelijker te maken) doen niet af aan de kwalificatie verhuur.

Vraag 27. Wanneer is bij een sportaccommodatie sprake van de ter beschikking stelling daarvan? 

Antwoord vraag 27. Het ter beschikking stellen van een sportaccommodatie kan onder de sportvrijstelling vallen als de sportaccommodatie onontbeerlijk is voor de beoefening van de sport of lichamelijke opvoeding waarvoor de accommodatie wordt gebruikt. Degene die de accommodatie ter beschikking stelt moet dan een dienst verrichten die méér omvat dan de enkele verhuur. Het gaat er daarbij om dat aanvullend diensten worden verricht die noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat de ter beschikking gestelde sportaccommodatie geschikt is om te worden gebruikt voor de beoefening van sport of lichamelijke opvoeding. Dit kan bijvoorbeeld doordat de verhuurder het hiervoor benodigde beheer, onderhoud, verstrekken van toegang en schoonmaken uitvoert bij de sportinstallaties van het verhuurde. Als deze handelingen door afnemer zelf worden verricht is geen sprake van de ter beschikking stelling van een sportaccommodatie, maar is de dienstverrichting van de exploitant beperkt tot verhuur van de sportaccommodatie. In die situatie kenmerkt de dienst zich door het geven van de exclusieve beschikking over een onroerende zaak gedurende een zekere tijd. Ook in geval een verhuurder zich daarnaast bezighoudt met het toezicht op een juist gebruik van het verhuurde of overige taken die eigen zijn aan verhuur, blijft sprake van verhuur. Een aanwijzing op grond waarvan verhuur kan worden onderscheiden van de méér omvattende ter beschikking stelling, is het aandeel van de overeengekomen vergoeding dat kan worden toegerekend aan het aanvullende dienstbetoon.

Commentaar vraag 26 en 27. Volgens verschillende belastingadviseurs heeft een gemeente recht op SPUK als de gemeente de sportaccommodatie aan een sportvereniging of exploitant ter beschikking stelt en daarbij gas, water en elektriciteit levert. Wij adviseren gemeenten om deze adviezen kritisch te bekijken. 

Cursus Sport en BTW

Op 20 maart 2019 verzorgen wij de cursus 'Sport en btw'. In deze cursus behandelen wij de fiscale aspecten van de verschillende exploitatiemodellen. Daarnaast bespreken wij de SPUK en BOSA uitgebreid met u. Aansluitend gaan wij in op de exploitatiemodellen waarmee het btw-voordeel blijft behouden. U gaat met uitgebreide sheets en complete fiscale adviezen naar huis. 

Voor meer informatie over de cursus 'Sport en btw': klik hier




Dit bericht is opgesteld door de redactie van Taxnavigator/eindredactie mr. dr. J.J.P.(Joep) Swinkels. Voor meer informatie: info@taxnavigator.nl. © Copyright Taxnavigator/Nestor Business Media BV/Nestor Media Groep. Ter zake van onze fiscale dienstverlening en berichtgeving gelden algemene voorwaarden en hetgeen wordt vermeld in de colofon.