Nieuws

Verminderen kosten Verhuurderheffing

Geplaatst: 07 september 2017
Kenmerk: 2017.03187

Verminderen kosten Verhuurderheffing

Op 30 augustus 2017 is een uitspraak van Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 juli 2017, 15/01366, gepubliceerd over de Verhuurderheffing. Volgens het Gerechtshof is de gemeente ook Verhuurderheffing verschuldigd ter zake van de ‘anti-kraakobjecten’ en de ‘leegstandswetobjecten’.

Uitspraak Gerechtshof 's-Hertogenbosch 

De antikraakobjecten zijn volgens het Gerechtshof ‘huurwoningen’ in de zin van de Verhuurderheffing. Van bruikleen is geen sprake. De gebruiksvergoeding is beperkt en verliesgevend maar niet symbolisch. De gesloten overeenkomst kwalificeert als een huurovereenkomst. De ‘leegstandswetobjecten’ zijn volgens het Gerechtshof ook ‘huurwoningen’ in de zin van de Verhuurderheffing. De gebruiksvergoeding is beperkt en verliesgevend maar niet symbolisch. Daarnaast worden in gebruiksovereenkomsten termen gebruikt als ‘huurder’, ‘verhuurder’, ‘huurovereenkomst’ en ‘huurprijs’.

Zoals wij hebben begrepen stelt de gemeente beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Wilt u een positieve uitkomst ook voor uw gemeente laten gelden dan moet u tijdig bezwaar maken of afspraken maken met de Belastingdienst.  

Gemeentelijke praktijk 

De kosten van de Verhuurderheffing komen ieder jaar terug. De uitspraak maakt één ding duidelijk: de Verhuurderheffing kan worden vermeden door geen huur of gebruiksvergoeding te bedingen. 

Met ingang van 1 januari 2018 wordt de heffingsvrije voet verhoogd van 10 naar 50 woningen. Het heffingsmoment is 1 januari 2018. Gemeenten met een groot aantal huurwoningen doen er verstandig aan om te bekijken of door sloop van woningen en het terugbrengen c.q. afzien van de huurprijs het aantal huurwoningen onder de heffingsvrije voet van 50 woningen terecht kan komen. 

Dit artikel is opgesteld door mr. dr. J.J.P. Swinkels die werkzaam is als belastingadviseur en concernfiscalist. Het artikel is op persoonlijke titel geschreven.