Nieuws

ZZP: verlener van AWBZ-zorg is geen IB-ondernemer

Geplaatst: 14 april 2018
Bron: Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 27 maart 2018, nr. 17/00740
Kenmerk: 2018.03908

ZZP: verlener van AWBZ-zorg is geen IB-ondernemer

In zijn uitspraak van 27 maart 2018, nr. 17/00740, heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geoordeeld. Bijgaand een korte samenvatting van de omvangrijke uitspraak.

1. Feiten

Achtergrond. De heer X is sinds 1993 werkzaam als verzorgende Individuele Gezondheidszorg. De heer X verricht in onderaanneming AWBZ-zorgwerkzaamheden die bestaan uit het verlenen van palliatieve 24-uurszorg aan terminale patiënten. Hij verricht de werkzaamheden in 2013 aan vijf thuiszorginstellingen. De thuiszorginstellingen zijn instellingen die op grond van de Wet toelating zorginstellingen zijn aangewezen als instellingen die uit AWBZ gefinancierde thuiszorg in natura mogen verlenen en daartoe een overeenkomst hebben afgesloten met zorgkantoren.

Cijfers. De inkomsten uit AWBZ-zorgwerkzaamheden bedragen in het jaar 2013 in totaal € 45.281. In zijn aangifte Inkomstenbelasting geeft hij een winst op van € 37.180 (€ 45.281 -/- € 8.101 (kosten)). De zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling brengt hij in mindering op de winst. Aan belastbare winst geeft hij op € 16.798.  

Belastingdienst. De heer X is bij een boekenonderzoek bij een zorgaanbieder in beeld gekomen bij de Belastingdienst. De Belastinginspecteur heeft de VAR-wuo herzien in een VAR-loon. De Belastinginspecteur heeft de genoten inkomsten ter zake van de AWBZ-zorgwerkzaamheden aangemerkt als loon uit dienstbetrekking en het belastbare inkomen uit werk en woning vastgesteld op € 36.365.

2. Oordeel Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

De heer X heeft zowel tegen herziening van de VAR-beschikking als tegen de aanslag Inkomstenbelasting geprocedeerd. Beide procedures heeft de heer X verloren. In de procedure over de herziening van de VAR-beschikking heeft de Hoge Raad op 30 maart 2018 uitspraak gedaan met zaaknummer 17/00395. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigt de uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland van 6 juni 2017, nr. LEE 16/2497 dat de heer geen winst uit onderneming maar loon uit dienstbetrekking heeft genoten. De belangrijkste punten uit de procedure:

Zelfstandigheid. De heer X kan niet onder eigen verantwoordelijkheid en voor eigen rekening en risico AWBZ gefinancierde zorgwerkzaamheden in natura aan de zorgvragers aanbieden. De heer X is dusdanig afhankelijk van zijn opdrachtgevers dat hij voor zover het de AWBZ gefinancierde zorgverlening betreft niet over de voor het IB-ondernemerschap noodzakelijke zelfstandigheid beschikt.

Overeenkomst van opdracht. De heer X wordt alleen betaald als hij persoonlijk arbeid verricht. In geval van ziekte kan hij een vervanger zoeken maar deze vervanger wordt rechtstreeks door de zorgaanbieder betaald. De heer X is niet vrij in het zoeken van een vervanger. De heer X verricht de werkzaamheden niet in een overeenkomst van opdracht in onder-aanneming op basis waarvan hij geheel zelfstandig de overeengekomen zorg werkzaamheden  verricht.

Ondernemersrisico. De heer X loopt geen ondernemersrisico. Door het ontbreken van een zelfstandig declaratierecht beperkt het debiteurenrisico zich tot zijn vorderingen op de zorgaanbieders. Het risico met betrekking tot een faillissement is beperkt en een werknemer loopt ook een dergelijk risico. De werkzaamheden bij de zorgvrager zullen veelal pas worden gestart nadat de zorgaanbieder akkoord is met de werkzaamheden.

Loon uit dienstbetrekking. De zorgaanbieder heeft met betrekking tot organisatorische als vakinhoudelijke zaken een instructiebevoegdheid. Professionele autonomie doet aan instructiebevoegdheid niet af. De heer was verplicht persoonlijk arbeid te verrichten. Van een volledige vrije vergoeding was geen sprake.  

Advies

Samenwerking. Als de heer X de samenwerking zoekt met andere personen die zorgdiensten aanbieden via een maatschap of Vennootschap Onder Firma (VOF) en daarbij de juiste vormgeving in acht neemt ontstaat volgens Taxnavigator een andere juridische werkelijkheid en kan hij de belastingvoordelen realiseren.   

Wet DBA. Bent u zelf ZZP'er dan adviseren wij u deze uitspraak aandachtig door te nemen. Het Gerechtshof doet een belangrijke uitspraak over de Wet DBA. Het gerechtshof overweegt: "Voor zover belanghebbende heeft willen betogen dat de niet-handhaving van de Wet deregulering arbeidsverhoudingen belanghebbende heeft getroffen, volstaat het Hof ermee te constateren dat die wet in het onderhavige jaar nog niet gold". Kortom, voor de jaren dat de Wet DBA niet wordt gehandhaafd kan de heer X de belastingaanslag verminderen. 

Gemeentelijke praktijk

De uitspraak is ook voor de gemeentelijke praktijk van belang. Gemeenten schakelen voor verschillende werkzaamheden ZZP’ers in. Partijen dienen in onderling overleg afspraken te maken over verdelen van fiscale risico’s. Als partijen geen risico willen lopen is het verstandig om ter zake van de fiscale aspecten afstemming te zoeken met de Belastingdienst.

Door juist te contracteren kunnen zorgverleners hun werkzaamheden als IB-ondernemer aanbieden en de belastingvoordelen van IB-ondernemer genieten. Door de IB-belastingvoordelen kunnen de kosten van de zorg dalen. Als de kosten van belastingen ter zake van de zorg dalen kan bij een gelijkblijvend budget per saldo meer zorg worden verleend.  

Dit bericht is opgesteld door de redactie van Taxnavigator. De eindredactie is verzorgd door de heer mr. dr. J.J.P. Swinkels 


© Copyright Taxnavigator/Nestor Business Media BV. Ter zake van onze fiscale dienstverlening en berichtgeving gelden algemene voorwaarden en hetgeen wordt vermeld in de colofon.