Nieuws

Voorstel inzake uitbreiding btw-herzieningsregels voor kostbare diensten

Geplaatst: 10 juni 2017
Kenmerk: 2017.02707

Voorstel inzake uitbreiding btw-herzieningsregels voor kostbare diensten

Op 18 mei is een wetsvoorstel ter consultatie gepubliceerd. Het Ministerie van Financiën vraagt om te reageren op het voorstel om de btw-herzieningsregels met ingang van 1 januari 2018 uit te breiden naar kostbare diensten (hierna ook: investeringsdiensten). Een uitbreiding van de btw-herzieningsregels heeft ook belangrijke gevolgen voor gemeenten. Met name als ook de BCF-herzieningsregels worden uitgebreid. In een overgangsregeling is (nog) niet voorzien.

Herzieningsregels

De Nederlandse btw-regelgeving kent herzieningsregels voor onroerende zaken en voor roerende zaken waarop (voor de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting) wordt afgeschreven. Als het gebruik van die (on)roerende zaken in enig jaar afwijkt van het gebruik in het jaar van eerste ingebruikneming van die (on)roerende zaken moet de belastingplichtige alsnog btw terugbetalen (bij een afname van het recht op aftrek) of kan hij btw terugontvangen (bij een toename van het recht op aftrek). De btw-herzieningstermijn voor roerende zaken bedraagt het jaar van ingebruikneming en de volgende vier boekjaren. De btw-herzieningstermijn voor onroerende zaken bedraagt het jaar van eerste ingebruikneming en de volgende negen boekjaren. De grondslag voor deze herziening vormt voor elk herzieningsjaar 1/5 (roerende zaken) of 1/10 (onroerende zaken) van de btw die is gefactureerd c.q. verschuldigd bij de aanschaf van de (on)roerende zaken.

Ook ter zake van bij het BTW-compensatiefonds gecompenseerde btw zijn met betrekking tot roerende en onroerende zaken herzieningsregels van toepassing. De BCF-herzieningsregels zijn opgenomen in artikel 8 en 9 van de Uitvoeringsregeling BTW-compensatiefonds.

Kostbare investeringsdiensten

De herzieningsregels gelden (nog) niet voor kostbare diensten c.q. investeringsdiensten. Kostbare diensten c.q. investeringsdiensten zijn diensten die over langere tijd worden gebruikt en doorgaans op dezelfde wijze als aankopen van investeringsgoederen worden geactiveerd op de balans en waarop wordt afgeschreven. De kosten worden door hun duurzame aard en waarde niet als lopende uitgaven geboekt. Kostbare diensten c.q. investeringsdiensten zijn bijvoorbeeld software, computerprogramma’s, licenties, omvangrijke renovaties, complexe verbouwingen, uitbreidingen van een gebouw, aanbrengen van technische installaties, vervangen van de toplaag van een kunstgrasveld, aanpassen van technische installaties in schouwburg etc. 

Wijziging regelgeving

Bij investeringsgoederen zijn de herzieningsregels wel van toepassing. Bij grote verbouwingsdiensten en kostbare diensten c.q. investeringsdiensten zijn de btw-herzieningsregels niet van toepassing. Ook de aanschaf van kostbare diensten c.q. investeringsdiensten kunnen grote investeringen betreffen. Kostbare diensten c.q. investeringsdiensten hebben dezelfde kenmerken als investeringsgoederen. Doordat geen herziening voor kostbare diensten bestaat, kan een onevenwichtigheid ontstaan. 

Door te sturen op gebruik kunnen bij de aanschaf van kostbare investeringen omvangrijke belastingbesparingen worden gerealiseerd. Kostbare investeringen kunnen bijvoorbeeld in het jaar van ingebruikneming alleen worden gebruikt voor met btw belaste activiteiten waardoor alle btw op de aanschaf kan worden verrekend c.q. worden teruggevraagd op de btw-aangifte. Ook kan zich de situatie voordoen dat alle btw op de aanschaf van de kostbare investeringsdienst door het gebruik in het jaar van ingebruikneming kostprijsverhogend is terwijl de kostbare dienst na het jaar van ingebruikneming wordt gebruikt voor met btw belaste prestaties. Bijvoorbeeld het theater dat in vanwege de grote verbouwing in december wordt gebruikt voor gratis voorstellingen en in januari wordt gebruikt voor met btw belaste activiteiten.

BTW-compensatiefonds

Uit de consultatie wordt niet duidelijk of ook de Wet op het BTW-compensatiefonds wordt gewijzigd. Ter zake van de uitvoering van het BTW-compensatiefonds spelen dezelfde vraagstukken. Het lijkt aannemelijk dat ook de regelgeving met betrekking tot het BTW-compensatiefonds wordt gewijzigd.

Gemeentelijke praktijk

Voor gemeenten en provincies ontstaan bij uitbreiding van de btw- en BCF-herzieningsregels aanzienlijke extra administratieve lasten. Investeringsdiensten aan onroerende zaken moeten het jaar van ingebruikneming en de volgende negen boekjaren worden gevolgd. De overige investeringsdiensten moet het jaar van eerste ingebruikneming en de volgende vier boekjaren worden gevolgd. Ieder boekjaar moet worden bekeken of er een wijziging in het gebruik van de investeringsdienst heeft plaatsgevonden. Een wijziging in het gebruik kan leiden tot een additionele teruggaaf van btw als het met btw belaste gebruik is toegenomen of een additionele voldoening van btw als het btw-vrijgestelde gebruik is toegenomen. Geringe wijzigingen hoeven niet in aanmerking te worden genomen. Bij een wijziging in het gebruik die tot gevolg heeft dat minder dan 10% van de oorspronkelijk in aftrek genomen c.q. terugontvangen btw moet worden terugbetaald hoeft geen herziening plaats te vinden. De herzieningsregeling kunt u vinden in artikel 13 van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968.     

De administratieve lasten voor gemeenten nemen enorm toe. De investeringsdiensten moeten door de gemeente worden onderkend en worden geregistreerd. De investeringsdiensten moeten worden vastgelegd in de gemeentelijke administratie. De gemeentelijke administratie moet worden aangepast en uitgebreid. De fiscale aspecten moeten worden beheerd. Jaarlijks dient een fiscale toets plaats te vinden en moet worden bekeken of wijzigingen in het gebruik hebben plaatsgevonden. 

Met betrekking tot onroerende zaken kunnen meerdere herzieningsregime’s en termijnen met betrekking tot één gebouw gaan spelen. 

Het is onduidelijk of de wijziging van de regelgeving terugwerkende kracht heeft. Het is ook niet duidelijk of dat voor investeringsdiensten die zijn afgenomen vóór 1 januari 2018 met terugwerkende kracht een herzieningsperiode gaat gelden. Dit zou namelijk betekenen dat herziening kan spelen ter zake van investeringsdiensten die in de periode 2014 tot en met 2017 in gebruik zijn genomen. Wanneer het gaat om diensten die betrekking hebben op onroerende zaken kan herziening kan spelen ter zake van diensten die in de periode 2009 tot en met 2017 in gebruik zijn genomen. Volgens Taxnavigator ontstaat dan strijd met het rechtzekerheidsbeginsel. 

Om herziening van btw bij levering van onroerende zaken te voorkomen kan worden geopteerd voor een met btw belaste levering. Het is mogelijk om voor het gehele gebouw te opteren voor een met btw belaste levering maar volgens onderdeel 4.6.1 Optie voor gedeelte van onroerende zaak van het Besluit 'Omzetbelasting. Levering en verhuur van onroerende zaken van 19 september 2013, nr. BLKB2013/1686M, kan ook voor een gedeelte van een onroerende zaak worden geopteerd voor een met btw belaste levering. Opteren voor een met btw-belaste levering om herziening van btw met betrekking tot een investeringsdienst te voorkomen kan tot gevolg hebben dat voor het gehele pand een nieuwe btw-herzieningstermijn gaat lopen. 

Dit artikel is opgesteld door de heer mr. dr. J.J.P. (Joep) Swinkels. De heer Swinkels is onder andere werkzaam als belastingadviseur en concernfiscalist. Het artikel is op persoonlijke titel geschreven.