Nieuws

Ierse tolwegen en straatparkeren

Geplaatst: 15 februari 2017
Bron: Hof van Justitie EU 19 januari 2017, zaak C‑344/15
Bron url: http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf;jsessionid=9ea7d2dc30d52d5ac4151cfe42ef90c5c029f4bf9920.e34KaxiLc3qMb40Rch0SaxyKch10?text=&docid=186970&pageIndex=0&doclang=NL&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=660550
Kenmerk: 2017.02378

Ierse tolwegen en straatparkeren

Op 19 januari 2017 heeft het HvJ EU arrest gewezen in zaak C-344/15 (National Roads Authority). Een arrest dat mogelijk ook gevolgen heeft voor het Nederlandse fiscale vraagstuk of de parkeerbelasting die wordt ontvangen ter zake van het straatparkeren aan heffing van Nederlandse btw is onderworpen.

Feiten

De National Roads Authority (hierna ook: de NRA) is de Ierse nationale wegbeheerder. Het Ierse wegennet bevat acht tolwegen. Van deze acht tolwegen worden zes tolwegen door particuliere marktdeelnemers geëxploiteerd. Twee tolwegen worden door de NRA geëxploiteerd. De Westlink-autoweg wordt door de NRA geëxploiteerd omdat de voormalige particuliere exploitant de autoweg niet meer wilde exploiteren. Dit in verband met de kosten van de aanleg van een elektronisch tolsysteem. 

In geschil is of de NRA twee tolwegen als btw-ondernemer exploiteert en of de NRA over de ontvangen tol Ierse btw moet voldoen. De NRA zou aan de heffing van btw zijn onderworpen omdat het niet heffen van tol mogelijk tot concurrentieverstoring van enige betekenis zal leiden. Het Hof van Justitie oordeelt dat de NRA ter zake van de exploitatie van de tolwegen niet btw-plichtig is omdat geen sprake is van daadwerkelijke, actuele of potentiële mededing tussen de NRA en de particuliere marktdeelnemers.

Straatparkeren

In Nederland speelt de vraag of gemeenten ter zake van het zogenoemde straatparkeren als overheid handelen. In zijn uitspraak van 18 mei 2016, nr. 15/00019, oordeelt Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat geen verstoring van de mededinging aan de orde is. Het Gerechtshof betrekt met name de situatie in Groningen in het oordeel. 

Rechtbank Arnhem oordeelt in zijn uitspraak van 3 november 2016, nr. AWB 15/2830 dat wel sprake is van een verstoring van de mededinging uit het oogpunt van de modale consument. De rechtbank betrekt niet de specifieke situatie in Arnhem in zijn oordeel. Uit het arrest van het Hof van Justitie in de onderhavige zaak lijkt te volgen dat ook de specifieke situatie van belang is.

Dit artikel is opgesteld door mr. dr. J.J.P. Swinkels die werkzaam is als belastingadviseur en concernfiscalist. Het artikel is op persoonlijke titel geschreven.