Nieuws

Belastingdienst kijkt kritisch naar vervoersprestaties van gemeenten

Geplaatst: 23 december 2017
Kenmerk: 2017.03467

Belastingdienst kijkt kritisch naar vervoersprestaties van gemeenten

De Belastingdienst kijkt kritisch naar naar het btw-ondernemerschap van gemeenten inzake vervoerprestaties. Omdat de omvang van de btw op de kosten van het leveren van vervoersdiensten hoger is dan het bedrag aan btw dat ter zake van de verleende vervoerdiensten aan de Belastingdienst wordt voldaan ontstaat voor veel gemeenten een btw-voordeel. Van meerdere abonnee's hebben wij informatie ontvangen over het onderzoek van de Belastingdienst. Taxnavigator verleent fiscale ondersteuning bij één van deze onderzoeken. 

1. Feiten

Naast het leerlingenvervoer kennen gemeenten ook het zogenoemde WMO-vervoer (voorheen WVG-vervoer). WMO-vervoer is “collectief aanvullend vraagafhankelijk vervoer”, waarmee mensen met beperkingen zich kunnen verplaatsen. Naast het WMO-vervoer bestaat ook het CVV-vervoer c.q. het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer. CVV-vervoer wordt veel toegepast in plattelandsgebieden, met een beperkt OV-aanbod. Doorgaans worden het WMO-vervoer en het CVV-vervoer gecombineerd. Elke gemeente of regio heeft voor de vervoerdiensten een eigen benaming (Regiotaxi, OV-taxi, etc. ) met eigen reserveringsnummers, regels en tarieven. Het vervoer wordt veelal ten uitvoer verzorgd door  regionale taxibedrijven. De tarieven zijn meestal gebaseerd op de strippenkaart: de reiziger betaalt aan de chauffeur een vast bedrag per OV-zone. Net als bij de strippenkaart, moeten reizigers een extra zone als basistarief betalen. 

2. Jurisprudentie

De Hoge Raad heeft in zijn uitspraak van 25 november 2005 met nummer 38.377 geoordeeld dat een gemeente handelt als btw-ondernemer als tegen een meer dan symbolische vergoeding vervoersdiensten worden aangeboden. Dat de gemeente de feitelijke vervoersprestatie aan een derde heeft uitbesteed is niet van belang volgens de Hoge Raad.

Het Gerechtshof Den Bosch oordeelt in zijn uitspraak van 11 juni 2009, nr. 2008/00291, dat een gemeente ter zake van het zogenoemde gehandicaptenvervoer handelt als btw-ondernemer. De Staatssecretaris van Financiën geeft in een toelichting van 22 juli 2009 nr. DGB 2009-3771, aan dat hij zich kan vinden in de uitspraak.

In zijn uitspraak van 8 april 2014, nr. AWB 13/7815 en de uitspraak van 8 april 2014, nr. AWB 13/7818 oordeelt Rechtbank Den Haag dat de gemeente handelt als btw-ondernemer terzake van het verzorgen van gehandicaptenvervoer. De voor het vervoer betaalde vergoeding houdt rechtstreeks verband met het aantal gereden zones. Aldus bestaat een rechtstreeks verband tussen de vervoersprestatie en de betaalde vergoeding. Dat de betaalde vergoeding niet kostendekkend is heeft volgens de rechtbank niet tot gevolg dat de vergoeding voor het vervoer een symbolisch is. De omzetbelasting wil het consumptieve verbruik belasten en grijpt daarom aan bij de daadwerkelijk betaalde vergoeding. Van gratis vervoer is geen sprake.

In zijn arrest van 23 juni 2017, nr. 13/0265, gemeente Woerden merkt de Hoge Raad op dat het arrest van het Hof van Justitie van 12 mei 2016 in zaak C-520/14 (Gemeente Borsele) over het leerlingenvervoer een beperkte werking heeft.

3. Belastingdienst

Van verschillende abonnees hebben wij signalen ontvangen dat de Belastingdienst het CVV-vervoer en WMO-vervoer kritisch bekijkt. Taxnavigator is ook bij één van de onderzoeken betrokken. Wat zijn de aandachtspunten die naar voren komen. 

3.1. Organisatie

Wat zijn de contractuele verhoudingen en hoe is vervoer georganiseerd. Wordt er wel een vervoersprestatie geleverd door de gemeente? De gemeentelijke verordeningen op het gebied van het WMO en CVV vervoer worden bestudeerd. Sluit de gebruiker van het vervoer een overeenkomst met het vervoersbedrijf of sluit de vervoeder een overeenkomst met de gemeente die het vervoer uitbesteedt aan een taxi- of vervoersbedrijf. Wat is er in de overeenkomst tussen de gemeente en het vervoersbedrijf geregeld. Hoe wordt de bijdrage van de gebruiker geïnd en wie voldoet de btw over het geldbedrag dat de gebruiker voor het vervoer betaalt. Welke rol heeft de provincie en aan wie verstrekt de provincie de financiële bijdrage. Kan de sociaal en/of medisch begeleider gratis meereizen. Hoe wordt de rittenadministratie vastgelegd en verantwoord. 

3.2. Vergoeding

Heeft de vergoeding een symbolisch karakter? In zijn uitspraak van 8 april 2014, nr. AWB 13/7815 en de uitspraak van 8 april 2014, nr. AWB 13/7818, oordeelt Rechtbank Den Haag dat het feit dat de betaalde vergoeding niet kostendekkend is, niet tot gevolg heeft dat de vergoeding een symbolisch karakter heeft. De omzetbelasting wil het consumptieve verbruik belasten en grijpt daarom aan bij de daadwerkelijk betaalde vergoeding. In zijn arrest van 23 juni 2017, nr. 13/02651, gemeente Woerden, geeft de Hoge Raad aan het arrest van het Hof van Justitie van 12 mei 2016 in zaak C-520/14 (Gemeente Borsele) over het leerlingenvervoer een beperkte werking heeft. In tegenstelling tot het leerlingenvervoer betaalt de gebruiker een bedrag per zone en is de omvang van de betaling niet afhankelijk van zijn inkomen.

3.3. Prijssubsidie

Soms kan uit de contractuele verhoudingen worden afgeleid dat sprake is van een zogenoemde prijssubsidie. De gebruiker en het taxibedrijf sluiten een vervoersovereenkomst. De gemeente vergoedt aan het taxibedrijf een gedeelte van de kosten van het vervoer. De bijdrage van de gemeente in de kosten kan een bijdrage per rit of per zone zijn. De prijssubsidie is een gedeelte van de vergoeding voor het vervoer. De gemeente betaalt voor de reiziger een gedeelte van de kosten van het vervoer. De vervoerder moet over de ontvangen prijssubsidie 6% btw voldoen. De vervoerder reikt aan de gemeente een factuur uit voor het bedrag van de prijssubsidie. De gemeente kan de 6% btw die de vervoerder in rekening brengt niet compenseren bij het BTW-compensatiefonds omdat sprake is van een verstrekking aan een individuele derde.   

4. Afrondend

Dit bericht is opgesteld door de redactie van Taxnavigator