Nieuws

Belangrijke ontwikkeling inzake btw-schoolmodel!

Geplaatst: 14 oktober 2016
Bron: Hoge Raad 14 oktober 2016, nr. 15/00664
Bron url: ...
Kenmerk: 2016.00614

Belangrijke ontwikkeling inzake btw-schoolmodel!

Afgelopen vrijdag heeft de Hoge Raad arrest gewezen in de zaak van de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Na een jarenlange procedure heeft de gemeente de belastingprocedure over een btw-besparend schoolmodel uiteindelijk toch nog verloren. De Belastingdienst heeft de procedure gewonnen op basis van feiten en omstandigheden, zoals de afspraken over de lening en de kwijtschelding van rente. Belangrijke aandachtspunten die vaak spelen bij btw-vriendelijke schoolmodellen.

Feiten

De gemeente Hardinxveld-Giessendam (hierna ook: de gemeente) is in 2004 gestart met de bouw van een schoolgebouw. De gemeente is bouwheer. Tijdens de bouwfase heeft de gemeente het in aanbouw zijnde schoolgebouw in 2005 tegen een vergoeding van € 326.307,52 (inclusief btw) geleverd aan het schoolbestuur. De gemeente heeft ter zake van deze levering btw voldaan en de btw op de kosten van de bouw van het schoolgebouw teruggevraagd c.q. verrekend op de btw-aangifte. Over de stichtingskosten (inclusief btw) is 6% overdrachtsbelasting (strafheffing) voldaan.

De gemeente en het schoolbestuur hebben direct na de levering de koopschuld omgezet in een aflossingsvrije rentedragende leenschuld. De rente op de schuld wordt jaarlijks kwijtgescholden. Het schoolbestuur heeft de kwijtschelding expliciet bedongen bij het aangaan van de koopovereenkomst.

De gemeente heeft bedongen dat ingeval de gemeente geen gebruik maakt van het recht op terugkoop van het schoolgebouw, het schoolbestuur met de opbrengst van de verkoop van het schoolgebouw de lening aflost en ook het (eventuele) deel van de verkoopopbrengst dat de schuld overtreft, aan de gemeente afstaat.

Procedure

Volgens Rechtbank 's-Gravenhage (3 januari 2011, nrs. AWB 10/1286 OB en AWB 10/1288 OB) heeft de gemeente geen recht op aftrek c.q. teruggaaf van de btw op de kosten van de bouw van het schoolgebouw. De overdracht van het schoolgebouw vloeit namelijk rechtstreeks voort uit de Wpo (art. 103). De verkoopovereenkomst komt dan ook geen betekenis toe omdat ook zonder die overeenkomst de gemeente verplicht is het schoolgebouw over te dragen aan (het bevoegde gezag van) het schoolbestuur van de basisschool. De overgang van het schoolgebouw is gebaseerd op een wettelijke bepaling.

Het Gerechtshof Den Haag (16 maart 2012, nrs. BK-11/00079 en BK-11/00080) bevestigt het oordeel van de Rechtbank dat de levering van het schoolgebouw niet is aan te merken als een economische activiteit. Dit vanwege het feit dat de levering door de gemeente, op grond van de bepalingen in de Wpo, een verplicht karakter heeft.

De Hoge Raad (18 april 2014, nr. 12/02210) oordeelt dat de gemeente niet als overheid maar – ervan uitgaande dat de gemeente een vergoeding heeft bedongen – als btw-ondernemer heeft gehandeld bij de vervaardiging en de levering van het schoolgebouw. Het oordeel van het Gerechtshof dat geen sprake is van een economische activiteit is volgens de Hoge Raad onjuist. De Hoge Raad verwijst de zaak naar Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Hierbij zal Gerechtshof Amsterdam onder meer moeten onderzoeken of ter zake van de overdracht van het schoolgebouw door het schoolbestuur een reële (niet symbolische) vergoeding is betaald.

Het Gerechtshof Amsterdam oordeelt (18 december 2014, nrs. 14/00347 en 14/00348) dat de gemeente het schoolgebouw als btw-ondernemer heeft geleverd. De bedongen vergoeding is niet symbolisch en de omzetting van de koopschuld in een leenschuld kwalificeert niet als een schijnhandeling. Van misbruik van recht is volgens het Hof geen sprake.

De Hoge Raad (14 oktober 2016, nr. 15/00664) oordeelt dat het samenstel van rechtshandelingen tot gevolg heeft dat het schoolbestuur in feite geen vergoeding heeft betaald. De rente op de schuld wordt jaarlijks kwijtgescholden en bij verkoop van het schoolgebouw ontvangt de gemeente het overschot dat resteert na aflossing van de lening. Het overschot dat de gemeente mogelijk op termijn ontvangt is geen vergoeding in de zin van de btw.

Gemeentelijke praktijk

De procedure geeft aan dat de Belastingdienst een lange adem heeft en door blijft procederen. Onderhavige uitspraak biedt de Belastingdienst ook weer nieuwe mogelijkheden om andere schoolmodellen te bestrijden. Ook zal de Belastingdienst het arrest van het Hof van Justitie in de zaak van de gemeente Borsele in de fiscale strijd werpen.

Ondanks veel positieve berichtgeving is het btw-vriendelijke schoolmodel ook na de zaak van de gemeente Woerden geen gelopen race. In het Belastingplan 2017 is geen reparatiewetgeving met betrekking tot btw-vriendelijke schoolmodellen aangekondigd. De Belastingdienst zal dan ook door moeten procederen om de btw-vriendelijke schoolmodellen te bestrijden.

Taxnavigator adviseert gemeenten om een duidelijke afweging te maken tussen het belastingvoordeel, de te maken kosten, de verstandhouding met de Belastingdienst en de mogelijkheid dat reparatiewetgeving de toepassing van het btw-vriendelijke schoolmodel beperkt of verhindert. De gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft voor een beperkt fiscaal voordeel (heel) veel advieskosten gemaakt en uiteindelijk het belastingvoordeel niet gerealiseerd.

In de onderhavige uitspraak komt het kwetsbare aspect van het btw-vriendelijke schoolmodel duidelijk naar voren. Op grond van de Wpo hoeft een schoolbestuur voor een schoolgebouw geen vergoeding te betalen mits het schoolgebouw binnen de bekostigingsnorm blijft. Slechts het meerwerk moet het schoolbestuur bekostigen.

De Staatssecretaris van Financiën en de Belastingdienst achten de btw-besparende schoolmodellen ongewenst. De modellen hebben tot gevolg dat beperkt btw drukt op een nieuw schoolgebouw. In België vindt men een beperkte btw-druk op schoolgebouwen juist wenselijk en bestaat een verlaagd btw-tarief voor de leveringen van schoolgebouwen (Beslissing Btw nr. E.T.129.073 dd. 27.01.2016).

Overigens worden meer maatschappelijk relevante zaken beperkt belast met btw. Op sport en het openbaar vervoer drukt per saldo ook weinig btw. Een beperkte btw-druk op schoolgebouwen doet wel recht aan de ratio van de btw-onderwijsvrijstelling en versterkt het effect van de btw-onderwijsvrijstelling. 

Dit artikel is opgesteld door de heer mr. dr. J.J.P. Swinkels die werkzaam is als concernfiscalist bij de gemeente Utrecht. Het artikel is op persoonlijke titel geschreven.

Contactpersoon

Heeft u vragen over dit onderwerp?
Neem dan contact op met:

Voor meer informatie:

mr. dr. J.J.P. (Joep) Swinkels
06-25152349
joepswinkels@taxnavigator.nl